Alle soortenEendachtigenEenden, ganzen en zwanen › Witoogeend

Witoogeend

Aythya nyroca | Ferruginous duck | Porrón pardo

Een kleine, donkere en schuwe duikeend van dichtbegroeide moerassen, in West-Europa een felbegeerde zeldzaamheid. Wie hem vindt, ziet meestal eerst het schitterend witte onderstaartdek onder een verder chocoladebruine vogel.

Witoogeend (Aythya nyroca)
Foto: Alexis Lours — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal zwijgzaam. De man geeft in de balts een zacht, kort en klokkend tsjik of een hese zucht, hoorbaar over slechts enkele tientallen meters. Het vrouwtje laat een schor, laag gerr-gerr horen, vooral bij verstoring en bij het opvliegen. Te horen van april tot juni.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Klein en fijn gebouwd, met een hoge kruin die in een puntje eindigt en een slanke, grijze snavel. Het mannetje is warm kastanjebruin op kop, borst en flanken, met een zwartbruine rug en een opvallend witte iris. Het vrouwtje is doffer bruin met een donkere iris. Beide hebben een scherp afgesneden wit onderstaartdek en tonen in vlucht een brede, felwitte vleugelstreep en een witte buik.

Verwarrings­soorten

Vrouwtje kuifeend kan bruin lijken maar is groter, heeft een gele iris, een kuifje en nooit zo scherp begrensd wit onder de staart. De echte valkuil zijn hybriden van kuifeend met tafeleend: die tonen vaak een vage kuif, een breder zwart snavelpuntje en dof, niet zuiver wit onderstaartdek. Let ook op de kopvorm met de piek achter het oog.

Leefgebied

Ondiepe, warme en plantenrijke zoetwatermoerassen met veel drijvende en verlandende vegetatie: fishponds, oude rivierarmen, rijstvelden en dichtbegroeide lagunes. Blijft graag dicht bij de rietrand en zwemt zelden ver op open water. Duikt kort en ondiep naar waterplanten, zaden en ongewervelden.

Verspreiding en trek

Broedvogel van Zuidoost-Europa, met bolwerken in de Donaudelta, Hongarije en de Balkan; westwaarts sterk verspreid en zeldzaam. In Spanje broedt een kleine, kwetsbare populatie in de Valenciaanse lagunes en Andalusië. In Nederland een zeldzame maar bijna jaarlijkse gast, vaak op zandwinplassen en moerasreservaten.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek van april tot september langs verlandende plassen met veel oevervegetatie, in de vroege ochtend wanneer de vogel het verst uit de dekking komt. Beoordeel de vogel liefst in vlucht of tijdens het poetsen: het witte onderstaartdek en de brede witte vleugelstreep sluiten de meeste hybriden uit.

Staat van instandhouding

Wereldwijd gevoelig beoordeeld door aanhoudende afname. Drooglegging van moerassen, kanalisatie van rivieren, verlies van ondiepe plantenrijke wateren, loodhagel en jachtdruk tijdens de trek zijn de kernproblemen. In Spanje is de soort het doel van herintroductie- en herstelprojecten; in West-Europa blijft ze een dwaalgast.