Alle soortenEendachtigenEenden, ganzen en zwanen › Slobeend

Slobeend

Spatula clypeata | Northern shoveler | Cuchara común

Geen enkele Europese eend is zo eenvoudig aan de snavel te herkennen: een spatelvormige schep die het water afzeeft. De slobeend zwemt laag en zwaar voorover, vaak in kleine draaiende groepjes die samen het slib omwoelen.

Slobeend (Spatula clypeata)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het mannetje geeft een gedempt, houterig dubbel tuk-tuk of sjlop-sjlop, alsof twee stokjes tegen elkaar tikken; het vrouwtje een zachte, dalende kwaakreeks. Vooral in maart en april te horen bij baltsvluchten waarbij mannetjes een vrouwtje boven het moeras opjagen.

Luister: RoepWikimedia Commons

Opname: Bubulcus — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

De enorme, naar het uiteinde verbrede snavel is in elk kleed doorslaggevend. Het mannetje heeft een donkergroene kop, witte borst, kastanjebruine flanken en gele ogen; in eclips wordt hij bruin gevlekt maar behoudt het lichtblauwe voorvleugelveld en de gele iris. Het vrouwtje is bruin gevlekt met oranje snavelranden en een groene spiegel achter een lichtblauw voorvleugelvlak.

Verwarrings­soorten

Alleen de vrouwtjes leveren twijfel op, meestal tegenover wilde eend of zomertaling. De snavel is altijd langer en breder dan de kop hoog lijkt, waardoor de vogel voorover in het water hangt. Het lichtblauwe voorvleugelveld deelt zij met de zomertaling, maar die is veel kleiner en veel fijner gebouwd.

Leefgebied

Ondiep, plankton- en slibrijk water: moerassen, natte graslanden met plas-dras, kleiputten, kwelders en sloten met veel algen. Broedt in ruig grasland dicht bij water. Foerageert filterend aan het oppervlak, waarbij groepjes soms in een carrousel achter elkaar aan draaien om voedsel op te wervelen.

Verspreiding en trek

Broedt van West-Europa tot Siberië. Nederland is met de veenweidegebieden en het Deltagebied een van de belangrijkste broedgebieden van West-Europa. Grote aantallen trekken door en overwinteren in Iberië, met concentraties in Doñana, de Ebrodelta en de rijstvelden van de Albufera.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga in april naar plas-drassituaties in veenweidegebieden en kijk in de vroege ochtend. Zoek naar eenden die met de snavel door het wateroppervlak ploegen en let op de baltsvluchten: een vrouwtje achtervolgd door meerdere mannetjes met witte borst en snelle, zoemende vleugelslag.

Staat van instandhouding

In Europa licht afnemend door ontwatering, vroeg maaien en het verdwijnen van kruidenrijke natte graslanden. In Nederland zijn de aantallen buiten reservaten teruggelopen, terwijl beheerde moerasgebieden goede dichtheden houden. De soort is gevoelig voor peilverlaging in het voorjaar en voor nestpredatie in kort gras.