Alle soortenEendachtigenEenden, ganzen en zwanen › Middelste zaagbek

Middelste zaagbek

Mergus serrator | Red-breasted merganser | Serreta mediana

Een slanke zaagbek met een verwaaid punkkapsel, thuis op de kust en in de zeegaten. Buiten het broedseizoen zwemt hij in de branding en op zoute geulen, waar hij met de kop onder water naar vis speurt.

Middelste zaagbek (Mergus serrator)
Foto: Needsmoreritalin — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Zwijgzaam buiten de balts. Baltsende mannetjes strekken de hals en geven een zacht, kattenachtig dje-djuu, vrouwtjes een rauw krrok-krrok. In april en mei op zeearmen en in de Waddenzee, meestal alleen te horen bij windstil weer en op korte afstand.

Luister: VluchtroepXC139389

Opname: Jonathon Jongsma — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Beide geslachten hebben een dunne, rode, gehaakte snavel en een rommelige dubbele kuif die alle kanten opsteekt. Het mannetje heeft een groenzwarte kop, een witte halsband, een roodbruine gevlekte borst en grijze flanken. Het vrouwtje is grijs met een roodbruine kop die geleidelijk in de vuilwitte keel overloopt, zonder scherpe grens.

Verwarrings­soorten

Het vrouwtje levert de klassieke verwarring met de grote zaagbek op. Bij de middelste zaagbek loopt het roodbruin van de kop vaag over in keel en hals; bij de grote zaagbek is die grens scherp en de witte kinvlek duidelijk afgezet. De middelste is bovendien slanker, met een dunnere snavel en een rommeliger kuif.

Leefgebied

Ondiepe zoute en brakke wateren: zeegaten, estuaria, havens, lagunes en beschutte baaien. Broedt op kwelders, duineilanden en langs heldere noordelijke rivieren en meren. Het nest ligt verscholen onder struiken, drijfhout of dicht helmgras, vaak in de nabijheid van sternkolonies.

Verspreiding en trek

Broedt circumpolair van IJsland en Schotland tot Noord-Rusland; in Nederland een kleine broedpopulatie op de Waddeneilanden. Overwintert langs vrijwel de hele Atlantische kust. In Spanje overwintert de soort schaars in de Cantabrische rías, de Galicische baaien en incidenteel in de Ebrodelta.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Kijk in november en december vanaf een zeedijk of pier bij de Waddenzeegaten, twee uur na hoogwater als de stroom op gang komt. De vogels vissen dan actief in de geul; zoek naar duikende eenden met een dunne rode snavel en een wapperende kuif.

Staat van instandhouding

De Europese populatie neemt licht af. De belangrijkste bedreigingen zijn bijvangst in staande netten, olieverontreiniging op zee, verstoring van broedeilanden door recreatie en predatie door vos en marterachtigen. In Nederland is de broedpopulatie klein en schommelend, terwijl de winteraantallen redelijk stabiel blijven.