Alle soortenSteltloperachtigenStrandlopers en snippen › Krombekstrandloper

Krombekstrandloper

Calidris ferruginea | Curlew sandpiper | Correlimos zarapitín

De elegante neef van de bonte strandloper: langer van poot, langer van snavel en met een rankere houding. In augustus loopt hij tussen de bontjes op de slikrand, net iets boven de rest uitstekend.

Krombekstrandloper (Calidris ferruginea)
Foto: Davidvraju — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zacht, rollend en tweelettergrepig tsjirrup, duidelijk voller en welluidender dan het schrapende krieep van de bonte strandloper. Vaak is dat het enige waarmee een krombek zich in een gemengde zwerm verraadt. Te horen op de najaarstrek van juli tot september, en kort in mei tijdens de voorjaarsdoortrek.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Slank en langpotig, met een lange, gelijkmatig naar beneden gebogen snavel en een duidelijke witte wenkbrauw. Volwassen vogels in broedkleed zijn van gezicht tot onderbuik baksteenrood; in winterkleed bleekgrijs boven en wit onder. Juvenielen, in Nederland veruit het talrijkst, hebben keurig geschubde bovendelen en een warm perzikkleurige borst. In vlucht is de vierkante witte stuit boven de smalle vleugelstreep beslissend.

Verwarrings­soorten

De bonte strandloper is korter van poot en snavel, met een knik nabij de punt in plaats van een gelijkmatige boog, en toont altijd een donkere middenstreep over de stuit. De drieteenstrandloper is korter gesnaveld, veel witter en heeft een zwarte boegvlek. Bij twijfel wacht je op het opvliegen: alleen de krombek toont een geheel witte, vierkante stuit.

Leefgebied

Ondiepe brakke plassen en zachte slikranden, waar hij dieper waadt dan de bonte strandloper en tot aan de snavelbasis in het slib prikt. Op doortrek gebruikt hij inlagen, karrenvelden, natuurontwikkelingsgebieden en de randen van kwelderkreken. Broedt op natte, met zeggen begroeide toendra langs de Siberische ijszee.

Verspreiding en trek

Broedt uitsluitend op de Siberische toendra, van het schiereiland Jamal tot de Kolyma, en dus nergens in Europa. Nederland ligt op de trekroute naar West-Afrika: in juli en augustus komen de adulten door, in augustus en september de juvenielen, vooral in de Delta en langs de Waddenkust. In Spanje is hij een gewaardeerde doortrekker in de Ebrodelta en Doñana.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

De beste periode is de tweede helft van augustus, bij inlagen en ondiepe brakke plassen in Zeeland of langs de Waddenkust. Kom rond hoogwater, wanneer de vogels van de plaat naar de binnendijkse plassen wijken. Loop de groepen bonte strandlopers systematisch af en let op de langere poten en de fijne witte wenkbrauw: de vogel steekt net boven de rest uit.

Staat van instandhouding

De soort staat als gevoelig te boek en gaat langs de meeste trekroutes achteruit. Het broedsucces schommelt sterk met de lemmingcyclus op de toendra, en warme, sneeuwarme zomers verstoren dat ritme. Langs de route naar West-Afrika verdwijnen kustwetlands door inpoldering, zoutwinning en verstoring, terwijl in delen van de flyway nog altijd op steltlopers wordt gejaagd.