Alle soortenSteltloperachtigenStrandlopers en snippen › Bonte strandloper

Bonte strandloper

Calidris alpina | Dunlin | Correlimos común

De maatstaf waaraan elke andere kleine strandloper wordt afgemeten en veruit de talrijkste steltloper van de Waddenzee. In dichte zwermen wentelt hij boven de plaat en wisselt daarbij donkere rug en witte onderzijde af.

Bonte strandloper (Calidris alpina)
Foto: Stephan Sprinz — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een schrapend, wat nasaal en omlaag buigend krieep, dat uit een opvliegende zwerm als een ruisend koor klinkt. Dat rasperige timbre is het beste onderscheid met de heldere roep van de drieteenstrandloper en het volle tsjirrup van de krombek. Jaarrond te horen, en 's nachts ook boven het binnenland op trek.

Luister: Schrapend 'krrieet' in vluchtXC545082

Opname: Luis Alvarez Menendez — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Gedrongen en wat ineengedoken, met zwarte poten en een zwarte snavel die naar de punt toe licht omlaag buigt. In broedkleed roestbruin geschubde bovendelen en een grote zwarte buikvlek, die geen enkele andere Europese strandloper heeft. In winterkleed egaal grijsbruin boven met een fijn gestreepte grijze borst en witte buik. In vlucht een smalle witte vleugelstreep en een donkere middenstreep over stuit en staart, met witte zijden.

Verwarrings­soorten

De krombekstrandloper is langpotiger en langer gesnaveld, met een gelijkmatig gebogen snavel en, beslissend, een geheel witte stuit. De drieteenstrandloper is in winterkleed veel witter, korter gesnaveld en heeft een zwarte boegvlek en een brede vleugelstreep. Kleine strandloper en temmincks strandloper zijn duidelijk kleiner, met een korte, rechte snavel.

Leefgebied

Buiten de broedtijd de vogel van de slikplaat bij uitstek: hij foerageert in dichte, snel bewegende groepen op zacht slib, in ondiepe plassen en langs kwelderkreken, met de snavel als naaimachine in de modder. Broedt op natte kwelders, hoogveen en toendra met kort gras en zeggen. Overtijt in compacte zwermen op zandplaten.

Verspreiding en trek

Broedt van IJsland en Scandinavië tot ver in Siberië, plus geïsoleerd op kwelders langs de Oostzee en de Noordzee; in Nederland resteren nog maar enkele paren op de Waddeneilanden. Als doortrekker en wintergast is hij de talrijkste steltloper van de Waddenzee en de Delta. Ook in de Ebrodelta, Doñana en de Cádizbaai overwinteren grote aantallen.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga in januari naar een hoogwatervluchtplaats op Texel, Ameland of in de Delta en wees er ruim voor het hoogwater. De grote zwermen wentelen dan boven de plaat en tonen afwisselend witte onderzijde en donkere rug. Neem daarna de tijd om de rustende groep af te zoeken: tussen duizenden bontjes zit vrijwel altijd een kanoet of iets zeldzamers.

Staat van instandhouding

In West-Europa gaat de broedpopulatie hard achteruit door ontwatering, verruiging van kwelders en aantasting van hoogveen; als Nederlandse broedvogel staat de soort op het punt te verdwijnen. Als wintergast blijft hij talrijk, maar de aantallen langs de Oost-Atlantische route dalen. Bodemdaling, schelpdiervisserij en verstoring op de wadplaten drukken het zwaarst.