Alle soortenKraanvogelachtigenRallen › Kleinst waterhoen

Kleinst waterhoen

Zapornia pusilla | Baillon's crake | Polluela chica

De kleinste rail van Europa, nauwelijks groter dan een mus en nog geheimzinniger dan zijn verwanten. Wie hem wil vinden, moet 's nachts bij een zeggenmoeras staan en naar het droge geratel van het mannetje luisteren.

Kleinst waterhoen (Zapornia pusilla)
Foto: Tisha Mukherjee — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een kort, droog geratel, trrrrrrrr, ongeveer twee seconden lang en met korte tussenpozen herhaald, alsof je met een stokje over een kam gaat of een verre rugstreeppad hoort. De toon blijft van begin tot eind gelijk. Alleen in het donker, van mei tot juli. Zo scheid je ze op gehoor: porseleinhoen één losse fluittoon per seconde, klein waterhoen een versnellende, dalende blafreeks, kleinst waterhoen een egale snorrende ratel.

Luister: RoepWikimedia Commons

Opname: Sharadapte — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Piepklein, met een korte groene snavel zonder rood, vleeskleurige tot groengrijze poten en een warm roodbruine bovenzijde met opvallende witte streepjes en vlekjes. Flanken en buik zijn scherp zwart-wit gebandeerd, veel verder naar voren dan bij het klein waterhoen. Beide geslachten lijken op elkaar; het vrouwtje is iets bleker op de keel. Meestal zie je hooguit een schim over drijvend blad.

Verwarrings­soorten

Klein waterhoen: mannetje ongebandeerd blauwgrijs onder, vrouwtje okerkleurig, beide met rood aan de snavelbasis en groene poten. Het kleinst waterhoen heeft geen rood op de snavel, brede scherpe bandering tot op de buik en witte streepjes op de mantel. Jonge vogels zijn beige met fijne golfbandering op de flanken en blijven lastig.

Leefgebied

Ondiepe, dicht begroeide moerassen met lage zegge, mattenbies en drijvende vegetatie in enkele centimeters water, vaak in rijstvelden en verlandende plassen. Meer nog dan de andere rallen loopt hij over drijvende plantenmatten in plaats van over kale modder. Zeer gevoelig voor het droogvallen van het broedgebied.

Verspreiding en trek

Schaars en verspreid van Spanje en Frankrijk tot de Wolga, met de belangrijkste Europese kernen in Spanje, Hongarije en de Donaudelta. In Spanje broedt hij onder meer in de Guadalquivirmarismas, de Ebrodelta en de Albufera van Valencia. In Nederland een grote zeldzaamheid, met enkele broedgevallen en jaarlijks hooguit een handvol roepende vogels.

  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

In mei en juni, tussen zonsondergang en middernacht, bij een ondiep zeggenmoeras of rijstveld met veel drijvend blad. Zoek een plek waar je kunt luisteren zonder het moeras in te lopen en geef het minstens een uur; het ratelen komt in korte series met lange stiltes ertussen. In Spanje zijn de rijstvelden van de Albufera in mei het kansrijkst.

Staat van instandhouding

In heel Europa afgenomen door ontwatering van ondiepe moerassen, kanalisatie en intensivering van de rijstteelt; de soort verdwijnt zodra het peil in het voorjaar zakt. Door de nachtelijke leefwijze wordt de stand vrijwel zeker onderschat, en bij gericht nachtelijk luisteren duiken regelmatig nieuwe territoria op.

Andere soorten in deze familie

Kwartelkoning · Meerkoet · Waterhoen · Porseleinhoen · Waterral · Klein waterhoen