Alle soortenKraanvogelachtigenRallen › Porseleinhoen

Porseleinhoen

Porzana porzana | Spotted crake | Polluela pintoja

Een kleine, geheimzinnige rail van drassige zeggenmoerassen, die je in Nederland vrijwel alleen 's nachts hoort. Het zweepslagachtige gefluit klinkt eentonig door het donker, terwijl de vogel zelf onzichtbaar tussen de pollen loopt.

Porseleinhoen (Porzana porzana)
Foto: Marek Szczepanek — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, ver dragend hwiet, als een zweepslag of een druppel in een lege ton, precies één keer per seconde en uren achtereen in hetzelfde tempo herhaald. Klinkt pas bij volledige duisternis, van eind april tot in juni. Klein waterhoen versnelt en daalt in toonhoogte, kleinst waterhoen ratelt droog; het porseleinhoen blijft één losse noot, onveranderlijk van tempo.

Luister: ZweepslagroepWikimedia Commons

Opname: Lawrence Shove — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Kleiner dan een waterhoen, olijfbruin met dichte witte spikkels en streepjes over kop, hals en flanken, alsof er verf op is gespat. De snavel is kort en geel met een rode basisvlek, de poten zijn groen. Doorslaggevend zijn de effen okergele onderstaartdekveren, zonder banden, en de bruine, wazig gestreepte flanken. Zichtwaarnemingen zijn kort, langs een modderige rietrand.

Verwarrings­soorten

Klein en kleinst waterhoen zijn duidelijk kleiner, missen de witte spikkels op de borst en hebben scherp zwart-wit gebandeerde flanken; bij het porseleinhoen is de onderstaart egaal beige, bij die twee gebandeerd. De waterral is groter en heeft een lange rode snavel. Een jong waterhoen is groter, egaler en ongespikkeld.

Leefgebied

Ondiepe, verlandende moerassen met een mozaïek van zegge, lisdodde, mattenbies en open modder, met een waterstand van enkele centimeters. Vermijdt diep water en gesloten rietvelden. In Nederland vooral in jonge, natte natuurontwikkelingsgebieden en in moerassen waar het peil in het voorjaar hoog blijft; het aanbod wisselt daardoor sterk per jaar.

Verspreiding en trek

Broedt verspreid van Frankrijk en Nederland tot in Rusland, met de meeste vogels in Oost-Europa; overwintert in Afrika en rond de Middellandse Zee. In Nederland een schaarse en sterk fluctuerende broedvogel van natte jaren. In Spanje vooral doortrekker en zeldzame broedvogel, met enkele plaatsen in het noorden en in de Guadalquivirmoerassen.

  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga in mei of begin juni tussen elf uur en twee uur 's nachts naar een pas vernat moeras en luister vanaf een dijk of pad. Gebruik geen geluid: de vogels reageren fel en kunnen hun territorium verlaten. Overdag is een modderige rietrand bij laag water in augustus de enige reële kans op zicht.

Staat van instandhouding

Schaars en sterk afhankelijk van natte voorjaren; de Nederlandse stand schommelt van enkele tientallen tot enkele honderden roepende mannetjes. Ontwatering, peilbeheer ten dienste van de landbouw en het dichtgroeien van moerassen zijn de belangrijkste bedreigingen. Nieuwe, dynamische wetlands met een natuurlijk waterpeil leveren vrijwel meteen territoria op.

Andere soorten in deze familie

Kwartelkoning · Meerkoet · Waterhoen · Waterral · Klein waterhoen · Kleinst waterhoen