Alle soortenSteltloperachtigenMeeuwen en sterns › Kokmeeuw

Kokmeeuw

Chroicocephalus ridibundus | Black-headed gull | Gaviota reidora

De kokmeeuw is de gewoonste kleine meeuw van Nederland, evengoed op het wad als achter de ploeg of op een stadsplein. Zijn naam is misleidend: de kap is chocoladebruin, niet zwart.

Kokmeeuw (Chroicocephalus ridibundus)
Foto: Alexis Lours — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Luidruchtig en krijsend, vooral in kolonies: een schor, langgerekt kwèèèrr en een kort, geïrriteerd kek-kek. Bij ruzie om voedsel een lachend, aanzwellend geratel. Het hele jaar te horen, maar het felst van maart tot juni boven broedkolonies en 's winters op slaapplaatsen en vuilnisbelten in de schemering.

Luister: Schor krijsen in de vluchtXC571971

Opname: Nikita Panfilov — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

In zomerkleed een chocoladebruine kap die achter op de kop scherp eindigt en de nek vrijlaat, met een dunne witte ooglidstreep. Snavel en poten donker bloedrood, mantel licht blauwgrijs. De vleugel toont een lange witte wig langs de buitenrand van de hand, met een zwarte achterrand aan de punt en een donkere ondervleugel. In winterkleed rest een donkere oorvlek; eerstejaars hebben een bruine dekveerbalk, donkere armpennen en een zwarte staartband.

Verwarrings­soorten

De zwartkopmeeuw is de belangrijkste verwarringssoort: die is forser, heeft een echt zwarte kap tot in de nek, brede witte ooglidsikkels, een zwaardere rode snavel met zwarte band en volledig witte vleugelpunten zonder zwart. Dwergmeeuw is veel kleiner met ronde vleugeltoppen. Stormmeeuw heeft een geel-groene snavel, donkere ogen zonder kap en zwarte vleugelpunten met witte spiegels.

Leefgebied

Vrijwel overal waar ondiep water en open land elkaar raken: duinmeren, kwelders, veenplassen, zandwinningen, akkers, weilanden, havens en stadsparken. Broedt in dichte kolonies op eilandjes en in moerassen. Foerageert op regenwormen achter de ploeg, insecten in de lucht, vis in ondiep water en menselijk afval.

Verspreiding en trek

Wijdverbreid in heel Europa; Nederland herbergt grote kolonies in het Deltagebied, langs de Waddenzee en in laagveenmoerassen, en verwerkt in de winter bovendien enorme aantallen uit Scandinavië en het Baltisch gebied. In Spanje is de soort vooral wintergast langs de kust, in rijstvelden en op binnenlandse stuwmeren, met een beperkt aantal broedkolonies.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Loop in maart of april langs een kolonie in een moerasgebied, wanneer de kappen op hun donkerst zijn en de balts op gang komt. Zoek in de winter een slaapplaats op een groot water en scan de aanvliegende groepen in het laatste uur licht: zwartkopmeeuwen en dwergmeeuwen zitten er vaak tussen.

Staat van instandhouding

Nog steeds zeer talrijk, maar in Nederland als broedvogel afgenomen door predatie door vossen en grote meeuwen, verruiging van kolonies en het sluiten van vuilnisbelten. In de winter blijven de aantallen hoog. Als koloniebroeder gevoelig voor verstoring en voor vogelgriep, die in recente jaren lokaal grote sterfte veroorzaakte.