Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Dwergmeeuw
Dwergmeeuw
Hydrocoloeus minutus | Little gull | Gaviota enana
De dwergmeeuw is de kleinste meeuw ter wereld en beweegt eerder als een stern of een vleermuis dan als een meeuw. Boven het IJsselmeer en de Voordelta pikt hij fladderend insecten van het water.
Geluid
Meestal stil buiten de broedtijd. In groepen en op de broedplaats een hoog, nasaal en herhaald kèk-kèk-kèk, sterk aan een sterntje doen denkend, en een gerekt kje-kje bij achtervolgingen. Bij ons hoor je hem hooguit van dicht langsvliegende groepjes in mei boven een binnenmeer.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Piepklein, met ronde vleugeltoppen, een fijne donkerrode snavel en rode poten. In zomerkleed een volledig zwarte kap tot in de nek, zonder witte ooglidsikkels, en een lichtgrijze mantel; de bovenvleugel is egaal grijs met een brede witte achterrand en zonder enig zwart in de punt, de ondervleugel roetzwart. Winterkleed met donkere kruinvlek en oorvlek. Eerstejaars tonen een zwarte W over de bovenvleugel en een zwarte staartband, met witte ondervleugel.
Verwarringssoorten
Adulten zijn met hun zwarte ondervleugel en zwartloze vleugelpunt onmiskenbaar; jonge vogels lijken op jonge drieteenmeeuw, die groter is, een zwarte nekband en langere vleugels heeft. Kokmeeuw is fors groter met een witte handwig. Een foeragerende dwergmeeuw kan op afstand doen denken aan een zwarte stern, maar heeft brede, stompe vleugels en een lichter, wittiger totaalbeeld.
Leefgebied
Broedt aan ondiepe, moerassige meren en veenpoelen in het noorden en oosten van Europa. Buiten de broedtijd op grote binnenmeren, riviermondingen, kustwateren en zandbanken, dikwijls boven troebel water waar stromingen voedsel opstuwen. Foerageert al fladderend en tikkend op het oppervlak naar insecten, kleine kreeftachtigen en visjes.
Verspreiding en trek
Het Europese broedareaal ligt in Finland, de Baltische staten, Wit-Rusland en Rusland, met kleine, wisselende kolonies verder westelijk; in Nederland incidenteel broedend. Doortrek en overwintering vindt plaats op het IJsselmeer, in de Delta en langs de Noordzeekust. In Spanje is de soort een schaarse maar jaarlijkse wintergast langs de Atlantische en mediterrane kust.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Eind april en begin mei zijn de topdagen: ga bij noordwestenwind naar de Afsluitdijk, de Marker Wadden of de Brouwersdam en scan lage groepen boven het water. In november en december loont zeetrektellen bij aanlandige wind, wanneer groepjes laag over de branding schuiven.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd, maar de Europese populatie is klein en de broedplaatsen schuiven mee met wisselende waterstanden. Ontwatering van noordelijke moerassen, verstoring van kolonies en olie- en windparkontwikkeling in overwinteringsgebieden op zee zijn de voornaamste risico's. In Nederland fluctueren doortrekaantallen sterk per jaar en per windrichting.
Andere soorten in deze familie
Witwangstern · Witvleugelstern · Zwarte stern · Kokmeeuw · Lachstern · Reuzenstern · Zwartkopmeeuw · Zilvermeeuw · Pontische meeuw · Stormmeeuw · Kleine mantelmeeuw · Visdief