Alle soorten › Zangvogels › Mezen › Pimpelmees
Pimpelmees
Cyanistes caeruleus | Eurasian Blue Tit | Herrerillo común
De pimpelmees is de kleinste algemene mees van Europa en de enige met kobaltblauw op kruin, vleugel en staart. Achter dat vriendelijke uiterlijk schuilt een fel territoriale vogel die in het voorjaar hard om holtes vecht.
Geluid
De zang is een helder, versnellend tsie-tsie-tsiehihihihi: twee of drie hoge tonen gevolgd door een ratelende triller, vooral van februari tot in mei. Roepen zijn een scherp nasaal tsie-tsie-tsie-dedede en een boos gescheld bij de nestholte; die zijn het hele jaar te horen.
Opname: Benoît Van Hecke — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Wit gezicht met een smalle zwarte oogstreep en een blauwe kruin; nek, vleugels en staart kobaltblauw, rug groenig, onderdelen geel met een dunne donkere buikstreep. Mannetjes hebben gemiddeld een fellere blauwe kruin, maar de overlap is groot. Juvenielen hebben gele wangen, een dofgroene kruin en missen het scherpe zwart-witpatroon.
Verwarringssoorten
Zwarte mees is grijsbruin met een zwarte kop en een witte nekvlek, zonder enig blauw of geel. Kuifmees verraadt zich meteen door de gespikkelde kuif en het zwarte teugelstreepje. Koolmees is fors groter, met zwarte kop, witte wang en een brede zwarte buikstreep.
Leefgebied
Loof- en gemengd bos met oude eiken is het kerngebied, maar de soort is even talrijk in parken, oude tuinen, boomgaarden, houtwallen en griendjes. Overal waar holtes of nestkasten samengaan met rupsenrijke eiken zit pimpelmees; in de winter ook in riet en wilgen langs water.
Verspreiding en trek
Vrijwel heel Europa behalve het hoge noorden, oostwaarts tot in Rusland; grotendeels standvogel, met in sommige najaren merkbare trek langs de kust. In Nederland overal algemeen. In Spanje broedt hij in bossen over vrijwel het hele schiereiland, tot in de eikenbossen van de zuidelijke sierra's.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek in maart en april vroeg in de ochtend naar zingende mannetjes hoog op een nog kale eikentak. Later in het voorjaar verraden aanvliegroutes met rupsen in de snavel de bezette holte. In de winter zijn ze het gemakkelijkst bij vetbollen en in gemengde meestroepen.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern). In Nederland is de stand stabiel tot licht toenemend, geholpen door nestkasten en wintervoedering. Zorgen zijn het opruimen van oude, holtenrijke bomen en het risico dat het broedseizoen niet meer samenvalt met de piek in het rupsenaanbod.