Alle soortenStormvogelachtigenNoordelijke stormvogeltjes › Madeirastormvogeltje

Madeirastormvogeltje

Hydrobates castro | Band-rumped storm petrel | Paíño de Madeira

Het madeirastormvogeltje is het stormvogeltje van de Atlantische eilanden: een vogel van de Berlengas, Madeira, de Selvagens, de Canarische Eilanden en de Azoren, die de rest van zijn leven ver weg boven diep water doorbrengt. Van de drie kleine donkere stormvogeltjes van het gebied is dit de middelste in formaat en de lastigste om op zee met zekerheid op naam te brengen.

Madeirastormvogeltje (Hydrobates castro)
Foto: Virgílio Gomes — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee zwijgzaam. Boven de kolonie klinkt 's nachts een ritmische vluchtroep, een raspend kèr tsjuk-a-tsjuk tsjuk tsjuk dat onregelmatig wordt herhaald en tijdens achtervolgingen sneller en harder wordt. Uit de spleet komt een keelachtig snorren, urr-rrr-rrr-rrr, onderbroken door korte wikka-noten, en tussen de partners een gedempt wik-ik-ik. Een donkere najaarsnacht op de Selvagens of op een Canarisch eilandje is de enige betrouwbare manier om er iets van te horen.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Duidelijk groter en langvleugeliger dan het stormvogeltje en ongeveer zo groot als het vale stormvogeltje, zwartbruin, met een smalle witte band die recht over de stuit loopt. Die band is overal even breed, heeft scherpe randen, wordt niet door een donkere middenlijn gedeeld en loopt maar een klein stukje door op de zijden van de ondersteun, zodat het beeld een band is en geen blok of V. De staart is ondiep gevorkt, maar oogt op zee vrijwel altijd recht afgesneden. De lichte baan over de grote dekveren van de bovenvleugel is dof grijsbruin en veel minder opvallend dan bij het vale stormvogeltje; de ondervleugel is egaal donker, zonder witte streep. De poten steken niet voorbij de staart uit. Het beste kenmerk is de vlucht: rustig en gelijkmatig op stijve, licht gebogen vleugels, met lange lage glijvluchten en soepel overhellen van links naar rechts, eerder een pijlstormvogel in het klein dan een fladderende vleermuis.

Verwarrings­soorten

Het stormvogeltje is kleiner en kortvleugeliger, fladdert laag door de golfdalen, heeft een brede vierkante witte stuit die op de flanken doorloopt en, doorslaggevend, een witte streep over de ondervleugel. Het vale stormvogeltje is de echte toets: langere en hoekiger geknikte vleugel, een opvallende bleke diagonale baan over de bovenvleugel, een smallere V-vormige stuitvlek die meestal door een donkere lijn wordt gedeeld, een gevorkte staart en een verende, zwenkende vlucht vol plotselinge richtingveranderingen, terwijl het madeirastormvogeltje gestaag doorglijdt. Wilsons stormvogeltje is kleiner en stomper van vleugel, met lange poten die voorbij de rechte staart uitsteken en met gele zwemvliezen. Op de Azoren gelden de in de zomer broedende vogels inmiddels als een aparte soort, monteiros stormvogeltje, dat op zee niet met zekerheid te scheiden is; daar is de datum van de waarneming vaak het enige houvast.

Leefgebied

Buiten de kolonie pelagisch, vooral boven diep water voorbij de rand van het continentaal plat, waar hij zwevend en trippelend kleine kreeftachtigen, visbroed en olieachtige resten van het oppervlak pikt. Aan land komt hij alleen om te broeden, in spleten, kleine grotten en holtes onder rotsblokken op kale rotseilandjes en zeekliffen, en dan uitsluitend 's nachts. Kolonies houden alleen stand op eilanden zonder ratten en katten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied van deze gids broedt hij op de Berlengas voor de Portugese kust, op Madeira en de Selvagens, op de Azoren en op Canarische eilandjes als de Roques de Anaga, Alegranza en Montaña Clara; daarbuiten op Sint-Helena, Ascension en de Kaapverdische Eilanden, en in de Stille Oceaan bij Japan, op Hawaï en op de Galápagos. In Macaronesië leggen de meeste paren in de herfst en de vroege winter. Buiten de eilanden verspreiden de vogels zich over de open Atlantische Oceaan; vanaf land worden ze zelden gezien en de Noordzee bereiken ze niet, zodat de soort in Nederland niet is vastgesteld.

  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Wie hem wil zien, moet reizen: een pelagische boottocht met chum vanaf de Canarische Eilanden of Madeira — voor Tenerife, Lanzarote of Porto Santo — tussen september en november, wanneer de vogels de kolonies bezoeken en gemakkelijk op het olievlak afkomen. Neem de tijd per vogel en kijk eerst enkele seconden naar de vliegwijze voordat je over de stuit oordeelt, want bij slecht licht lijkt een vaal stormvogeltje er zo een en daarna weer niet. Vanaf de kant zijn de kansen klein; een Canarische kaap of Cabo de São Vicente na een stevige najaarsstorm is dan de beste van weinig mogelijkheden.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern), met een populatie die dun verdeeld ligt over veel kleine kolonies. In Spanje staat de soort als Vulnerable in de nationale lijst van bedreigde soorten, omdat de Canarische kolonies klein zijn en beperkt tot een handvol eilandjes. Ratten en katten op de broedeilanden, lichtvervuiling die uitgevlogen jongen op de bewoonde eilanden aan de grond brengt en predatie door grote meeuwen zijn de belangrijkste bedreigingen; het weghalen van ratten van Macaronesische eilandjes heeft het meest opgeleverd.