Alle soortenStormvogelachtigenNoordelijke stormvogeltjes › Vaal stormvogeltje

Vaal stormvogeltje

Hydrobates leucorhous | Leach's storm-petrel | Paíño boreal

Het vale stormvogeltje is de stormvogel van de late herfst: een vogel van de open Atlantische Oceaan die pas na een zware westerstorm in de Noordzee belandt en dan soms tot in de binnenwateren wordt geblazen. Het is de moeilijkste van de twee kleine stormvogeltjes, en de reden waarom zeetrekkers elke zwarte stip achter de golven natrekken.

Vaal stormvogeltje (Hydrobates leucorhous)
Foto: Alan Schmierer — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee volledig stil; in Noordwest-Europese kustwateren zul je hem nooit horen roepen. In de kolonie, uitsluitend 's nachts, klinkt uit de holen een ritmisch, staccato gekakel en gekwetter, en boven de kolonie een schril, lachend en op- en neergaand wie-tsjie-tsjie-oe dat in de duisternis rond de hellingen kaatst. Het geluid hoor je van juni tot augustus op eilanden als St Kilda en de Westman-eilanden.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Groter en langer gevleugeld dan het stormvogeltje, met een hoekige, in de pols duidelijk geknikte vleugel die aan de punt smal toeloopt. De vlucht is het beste kenmerk: krachtig, hoekig en onvoorspelbaar zwenkend, met diepe slagen afgewisseld door korte glijfases, hoger boven het water en met veel meer richtingveranderingen dan het fladderende stormvogeltje — het beeld van een kleine, nerveuze nachtzwaluw boven zee. Over de bovenvleugel loopt een opvallende bleke, grijsbruine diagonale baan van de pols naar de vleugelboeg, die vaak eerder opvalt dan de stuit. De stuitvlek is smaller en V-vormig, loopt niet ver op de flanken door en is meestal in het midden door een donkere streep gedeeld. De staart is gevorkt, al is dat op zee zelden goed te zien. Onder de vleugel: egaal donker, zonder witte streep.

Verwarrings­soorten

Stormvogeltje is dé verwarringssoort en de scheiding hangt op drie dingen. Ten eerste de stuit: bij het stormvogeltje een groot, vierkant wit blok dat tot op de flanken doorloopt, bij het vale stormvogeltje een smallere, V-vormige vlek die vaak in het midden donker gedeeld is en de flanken vrijlaat. Ten tweede de vleugel: het vale stormvogeltje toont een duidelijke bleke diagonale baan over de bovenvleugel en géén witte streep onder de vleugel, het stormvogeltje juist wél die witte onderstreep en nauwelijks tekening boven. Ten derde de vlucht: fladderend en laag bij het stormvogeltje, hoekig, zwenkend en krachtig bij het vale. Wilsons stormvogeltje is kleiner en compacter, met korte, ronde vleugels, uitstekende poten met gele zwemvliezen en een rechte staart. Vorkstaartstormvogeltje, een uiterste zeldzaamheid, is grijs in plaats van bruinzwart, met een diep gevorkte staart en een grijze stuit.

Leefgebied

Buiten de broedtijd op de open oceaan, doorgaans ver van de kust en boven diep water; anders dan het stormvogeltje mijdt hij de ondiepe kustzone en verschijnt hij daar pas als de wind hem naar binnen drukt. Broedt in kolonies in zelfgegraven holen op grazige hellingen van afgelegen eilanden en bezoekt die alleen in donkere nachten. Foerageert al fladderend en zwenkend op plankton, kleine inktvis en visresten aan het oppervlak.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

In Europa broedvogel van IJsland, de Faeröer, Noorwegen, Schotland (met St Kilda als kern) en Ierland; het overgrote deel van de wereldpopulatie broedt in de Noord-Atlantische Oceaan bij Newfoundland en in de Stille Oceaan. In Nederland een zeldzame maar bijna jaarlijkse najaarsgast, sterk gebonden aan langdurige stormen uit het westen tot noordwesten, met opvallende invasies waarbij vogels tot in het IJsselmeer en op binnenlandse plassen belanden. In Spanje regelmatig voor Galicië en in de Golf van Biskaje bij herfststormen, schaarser in de Straat van Gibraltar.

  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Dit is bij uitstek een stormsoort. Ga in Nederland tellen op de tweede of derde dag van een aanhoudende storm uit west tot noordwest in oktober of november, het liefst vanaf Westkapelle, de Brouwersdam of IJmuiden, en blijf staan als de wind draait: dan komen de vogels dicht langs. Let eerst op de vlucht en de bovenvleugelbaan en pas daarna op de stuit, want die is bij slecht licht misleidend. In Galicië levert Estaca de Bares bij noordwesterstorm in oktober de beste aantallen; een pelagische tocht met chum boven de plateaurand van de Golf van Biskaje geeft de rustigste waarnemingen.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar op de wereldwijde rode lijst. De soort werd in 2019 opgewaardeerd nadat bleek dat de gigantische kolonies bij Newfoundland — waaronder Baccalieu Island, de grootste ter wereld — in enkele decennia met tientallen procenten waren gekrompen. Ook de Europese kolonies gaan achteruit. Predatie door grote meeuwen en ingevoerde zoogdieren, lichtvervuiling, veranderingen in het plankton door opwarming en vervuiling met kwik en plastic worden als oorzaken genoemd; het volledige beeld is nog niet duidelijk.