Alle soortenGierzwaluwachtigenGierzwaluwen › Horusgierzwaluw

Horusgierzwaluw

Apus horus | Horus swift | Vencejo horus

De horusgierzwaluw is een Afrikaanse gierzwaluw van kale zandwanden, waar hij de nestgangen van bijeneters, ijsvogels en oeverzwaluwen overneemt. Hij heeft een brede witte stuitband en een ondiep gevorkte staart. De soort valt vrijwel geheel buiten het gebied van deze gids: één vogel op Schiermonnikoog in september 2019 is het enige aanvaarde Europese geval.

Horusgierzwaluw (Apus horus)
Foto: Robert Wienand — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Bij de kolonies in de zandwand laten de vogels een snel, droog ratelend trillertje horen, tsirr-tsirr-rrr, ijler en minder ver dragend dan de gil van de gierzwaluw, met piepende notities bij de gang. Buiten de kolonie is de soort grotendeels zwijgzaam en zijn vrij gelicentieerde opnamen nauwelijks te vinden. In het gebied van deze gids heeft de stem geen praktisch nut, omdat de enige Europese vogel een eenling op trek was.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Een middelgrote tot kleine gierzwaluw van 13–15 cm, zwartbruin met een zwakke glans, steviger gebouwd dan de gierzwaluw en met bredere vleugels. De witte stuit vormt een brede, egale band die een klein stuk op de achterflanken doorloopt, zodat hij vanuit vrijwel elke hoek zichtbaar blijft; ver naar voren op de flanken komt het wit echter niet. De staart is middellang en ondiep gevorkt, met een inkeping van slechts ongeveer een centimeter, zodat een gesloten staart een kleine kerf laat zien in plaats van een punt. Kin en keel dragen een tamelijk grote lichte vlek, die bij versleten kleed vager is. De vlucht is krachtig en regelmatig, met diepe slagen en lange glijfases.

Verwarrings­soorten

De gierzwaluw is groter (17–18.5 tegen 13–15 cm), heeft sikkelvormige, stijve vleugels, een korte gevorkte staart en een egaal roetbruin verenkleed met hooguit een vage lichte keelvlek; wit op de stuit ontbreekt. De vale gierzwaluw is bruiner, met contrastrijker kop- en keelpatroon en een breder ogende vleugelbasis, en heeft evenmin een witte stuit. De alpengierzwaluw is veel groter en heeft een witte buik, geen witte stuit. Binnen de drie kleine gierzwaluwen met een witte stuit zit de horusgierzwaluw in het midden: de stuitband is breed, ongeveer als bij de huisgierzwaluw, maar houdt op de achterflanken op in plaats van ver door te lopen, en de staart is ondiep gevorkt in plaats van recht afgeknot. De huisgierzwaluw is kleiner en gedrongen, met de breedste en vierkantste stuitband, de grootste witte keel en een rechte staart. De pijlstaartgierzwaluw is slanker, met een smalle witte sikkel die de flanken niet bereikt en een lange, diep gevorkte staart die gesloten als een punt wordt gedragen.

Leefgebied

Kale zand- en leemwanden langs rivieren, in erosiegeulen, wegcoupures, groeven en mijnstorten, waar hij oude gangen van bijeneters, ijsvogels, grondspechten en oeverzwaluwen gebruikt; zelf graaft hij niet. Jaagt boven open grasland, savanne en halfwoestijn en boven het water van nabijgelegen rivieren en meren, meestal op geringe tot matige hoogte.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedt verspreid in Afrika bezuiden de Sahara, van Nigeria en Kameroen oostwaarts tot Ethiopië en zuidwaarts tot Angola en de Kaap, met het zwaartepunt in Zuid-Afrika. Binnen het gebied van deze gids is er geen broedbevolking en geen regelmatige doortrek: de noordelijkste geregelde waarnemingen komen uit Soedan en Ethiopië, ruim ten zuiden van de Egyptische grens. Een vondst in Noord-Senegal in 2018 verschoof het bekende areaal ongeveer 1600 km naar het westen en maakte een Europees geval denkbaar; de vogel die op 26 en 27 september 2019 op Schiermonnikoog werd gefotografeerd, is tot nu toe de enige.

Waar en wanneer kijken

Fotografeer in Nederland elke gierzwaluw met een witte stuit van zoveel mogelijk kanten. De breedte van de stuitband, de mate waarin die op de flanken doorloopt en de diepte van de staartvork zijn wat de commissie weegt, en geen van drieën is in een paar seconden met het blote oog vast te stellen. In Afrika kijk je het beste vanaf de top van de tegenoverliggende oever naar een kolonie in de zandwand, in de eerste uren na zonsopgang.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern). Door mensen gemaakte wanden — wegcoupures, groeven en mijnstorten — leveren extra nestgangen zodra bijeneters en oeverzwaluwen die hebben gegraven, en de aantallen lijken stabiel. Binnen het gebied van deze gids heeft de soort geen eigen beschermingsstatus, omdat hij hier alleen als dwaalgast verschijnt.