Alle soortenHoenderachtigenFazantachtigen › Europese steenpatrijs

Europese steenpatrijs

Alectoris graeca | Rock partridge | Perdiz griega

Het hoen van de zonnige, steile alpenweide net boven de boomgrens. De witste keel van de vier, scherp omlijst met zwart, op een blauwgrijze vogel die tegen kalksteen volledig wegvalt. Wie hem zoekt, klimt eerst een paar uur.

Europese steenpatrijs (Alectoris graeca)
Foto: FokusNatur — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een onregelmatige reeks korte, keelige, zeer harde noten, vaak met een verslikkende ratel ertussen: tsjek… tsjek-tsjek… tsjerrek, zonder het vaste, versnellende ritme van de aziatische steenpatrijs. Bij alarm een scherp pitsjie. Het geluid draagt ver over een dal en is vaak de enige aanwijzing dat de soort er zit; hanen roepen van april tot in juni vanaf een rotsblok op een zuidhelling.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Compact hoen met koraalrode snavel, rode oogring en rode poten. Keel en wangen zuiver wit, verder op de bovenborst doorlopend dan bij verwanten, en omsloten door een smalle, gave zwarte band; ook aan de snavelbasis en over het voorhoofd zwart. Kruin, nek en borst blauwgrijs, rug grijsbruin, buik bleek roodgeel. Flanken met brede, ver uit elkaar staande banden van zwart, kastanje en room op wit. In vlucht kort en laag, met roestrode staartzijden.

Verwarrings­soorten

De sleutel ligt in de keeltekening. Bij de europese steenpatrijs is de keel zuiver wit, loopt hij verder door op de bovenborst en blijft de zwarte omlijsting gaaf en mesjescherp, zonder ook maar één streep eronder; kruin en nek zijn blauwgrijs, de flankbanden breed en ver uit elkaar. De aziatische steenpatrijs, die deze soort ten oosten van Bulgarije en Noordoost-Griekenland opvolgt, heeft een roomkleurige tot geelwitte keel, een gesloten maar iets bredere en rafeliger band, een grijsbruine kruin met wijnrode zweem, een roestbruine oorvlek binnen de zwarte oogstreep en smallere, talrijker flankbanden. Bij de rode patrijs, die in de westelijke Alpen, de Ligurische Apennijnen en Zuidoost-Frankrijk lager op de helling zit en de arealen daar raakt, blijft de zwarte band niet gesloten: hij valt naar onder uiteen in een breed veld van zwarte strepen en druppels, de kruin is warm roodbruin en in de flankbanden zit kastanje. De barbarijse patrijs heeft in het geheel geen zwarte band, maar een kastanjebruine kraag met witte spikkels om een blauwgrijs gezicht. Het reële veldprobleem zijn de hybriden: door het uitzetten van kweekvogels lopen in Italië en Spanje chukars en kruisingen chukar × rode patrijs vrij rond, en in Noord-Italië en de Balkan zijn ook wilde steenpatrijzen genetisch vermengd geraakt. Een vogel met een romige keel of een band die maar half in strepen uiteenvalt, laat je onbenoemd.

Leefgebied

Steile, zonnige zuidhellingen op en net boven de boomgrens: korte alpiene graslanden doorsneden met rotsribben, puinhellingen, verlaten bergweiden en dwergstruweel, meestal tussen achthonderd en tweeduizend vijfhonderd meter. In de winter zakt de vogel naar sneeuwvrije zuidflanken en soms tot in de dalweiden. Noordhellingen en dichte, gesloten vegetatie worden gemeden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Zuid-Europees, in drie gescheiden gebieden: de Alpen van Frankrijk tot Slovenië, de Apennijnen met een eigen ondersoort op Sicilië, en de Balkan van Kroatië tot Griekenland. In Bulgarije en Noordoost-Griekenland grenst het areaal aan dat van de aziatische steenpatrijs. In Spanje ontbreekt de soort volledig, ondanks de Spaanse naam.

  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Gran Paradiso, de Vanoise of de Dolomieten in juni, of de bergen van Noord-Griekenland en Noord-Macedonië. Klim bij het eerste licht naar een zuidhelling boven de boomgrens en luister; ga daarna zitten en scan de rotsribben tussen de grasbanen. Loop niet door — steenpatrijzen lopen weg en vliegen pas op als je er bovenop staat.

Staat van instandhouding

Gevoelig, met een afname over vrijwel het hele areaal. In de Alpen speelt vooral het dichtgroeien van bergweiden na het opgeven van de zomerbeweiding, samen met jachtdruk, verstoring door wintersport en strenge, natte voorjaren die legsels doen mislukken. In Italië en op de Balkan komt daar de vermenging bij met uitgezette aziatische steenpatrijzen en kweekvogels.