Alle soorten › Zandhoenderachtigen › Zandhoenders › Zwartbuikzandhoen
Zwartbuikzandhoen
Pterocles orientalis | Black-bellied sandgrouse | Ganga ortega
Het zwaardere en donkerder van de twee Europese zandhoenders, een vogel van de stenigste en kaalste stukken steppe. Zit hij, dan zie je een bolle, gedrongen vogel met een oranje keel; vliegt hij op, dan valt vooral de zwarte buik op tegen witte ondervleugeldekveren.
Geluid
De vluchtroep is een laag, rollend en enigszins keelig tsjoerrr-re-ka, licht dalend aan het eind en met een grommende ondertoon; van veraf lijkt het op het blazen van een paard. De vogels roepen minder aanhoudend dan witbuikzandhoenders en met langere tussenpozen, maar het geluid draagt ver over kaal terrein en is bij een overvliegende groep het enige waar je op hoeft af te gaan.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Fors gebouwd, met een korte, puntige staart zonder verlengde pennen. Het mannetje heeft een blauwgrijze kop en nek met een oranje keelvlek, een dunne zwarte streep over de onderborst en okergele schouderveren met zwarte druppelvlekken. Het vrouwtje is over de hele bovenzijde dicht zwart gestippeld en gestreept en heeft eveneens de oranje keel. Bij beide is de buik zwart en de ondervleugeldekveren wit, wat in vlucht het beslissende beeld geeft: een witte vleugelbinnenzijde tussen zwarte slagpennen en een zwarte buik.
Verwarringssoorten
Verwarring met het witbuikzandhoen is de enige serieuze; omdat je de vogels vrijwel altijd hoog overvliegend ziet, gaat het om buik, staart, ondervleugel en roep. De buik is hier zwart en scheidt het lichte voorlijf scherp van de donkere achterhand, terwijl het witbuikzandhoen van onderen vrijwel geheel wit is. De staart is kort en spits zonder de naaldvormige middenpennen van het witbuikzandhoen. De ondervleugel toont bij beide witte dekveren, maar hier zit dat wit ingeklemd tussen zwarte slagpennen en een zwarte buik en oogt het als een smalle lichte wig. De roep is het zekerst: laag, rollend en grommend, tegenover het hoge, droge geratel van het witbuikzandhoen. Het zwartbuikzandhoen is bovendien groter, breder van vleugel en trager van slag, meer als een patrijs dan als een plevier.
Leefgebied
Kaal en steenachtig terrein: hoge, winderige páramos, grindige vlakten met open plekken, extensief graan op secano, braak en zilte vlakten. Het zwartbuikzandhoen verdraagt meer steen, meer reliëf en meer hoogte dan het witbuikzandhoen en zit vaker in ijl begroeid, grofkorrelig terrein. Ook deze soort verzamelt zich in de vroege ochtend bij drinkplaatsen; het mannetje zuigt daar zijn buikveren vol en brengt het water naar de kuikens.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
In Europa vrijwel beperkt tot Spanje en Portugal, met daarnaast Fuerteventura en Lanzarote. Verder oostwaarts broedt de soort in Turkije, de Kaukasus, Iran en Centraal-Azië, en zuidwaarts in Noord-Afrika. In Noordwest-Europa is de soort niet te verwachten; naar Nederland dwaalt hij niet af.
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek de hogere, stenigere randen van het steppelandschap, niet het vlakke graan. Ga bij het eerste licht op een hooggelegen punt staan met zicht over de vlakte en luister; de lage rollende roep verraadt overvliegende groepen die je zonder geluid zou missen. In de winter zijn de groepen groter en de vogels honkvaster, wat de kans op zicht op de grond vergroot.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd, maar in Spanje sterk achteruitgegaan: naar schatting nog 8.500 tot 13.500 vogels, en daarmee een van de sterkst dalende steppevogels van het land. Intensivering en beregening van het secano, het verdwijnen van braak, aanleg van zonneparken en het opdrogen van drinkplaatsen zijn de belangrijkste oorzaken.



