Alle soorten › Zandhoenderachtigen › Zandhoenders › Witbuikzandhoen
Witbuikzandhoen
Pterocles alchata | Pin-tailed sandgrouse | Ganga ibérica
Een gedrongen, duifachtige steppevogel van de kale Zuid-Europese vlakte. Op de grond gaat hij volledig op in de kluiten en de stoppels; je merkt hem meestal pas op als een groepje laag en snel overkomt, ratelend roepend, met een spierwitte buik die tegen de lucht oplicht.
Geluid
De vluchtroep is een droog, nasaal en hoog ratelend katarr-katarr-katarr, vaak met een tweede vorm die meer als gala-gala klinkt. Een overvliegende groep roept vrijwel onophoudelijk en de klank draagt over honderden meters; op de vlakte hoor je de vogels bijna altijd eerder dan je ze ziet. De Spaanse naam ganga komt van deze roep.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Bovenzijde okergeel tot roestbruin, dicht gevlekt en gebandeerd; buik zuiver wit. De middelste staartpennen zijn tot naalden verlengd en slepen als twee dunne draden achter de vogel aan, bij het mannetje langer dan bij het vrouwtje. Het mannetje heeft een groengrijze kruin, een zwarte keelvlek en een smalle kastanjebruine borstband tussen twee witte lijnen; het vrouwtje is fijner gestreept en draagt drie donkere lijnen over de borst. De poten zijn kort en bevederd, de snavel klein en grijs.
Verwarringssoorten
Alleen te verwarren met het zwartbuikzandhoen, en omdat je beide vogels vrijwel altijd overvliegend ziet, gaat het om vier dingen. De buik: bij het witbuikzandhoen zuiver wit, bij het zwartbuikzandhoen diep zwart, zodat de onderkant daar in tweeën gedeeld lijkt. De ondervleugel: bij beide zijn de dekveren wit, maar bij het witbuikzandhoen zetten ze een zwarte achterrand af tegen een verder witte onderkant, terwijl bij het zwartbuikzandhoen het wit tussen zwarte slagpennen en zwarte buik geklemd zit. De staart: alleen het witbuikzandhoen heeft de twee naaldvormige pennen, zichtbaar als een dun uitsteeksel achter een verder korte, puntige staart. En de roep, die beslist: het witbuikzandhoen ratelt hoog en droog, het zwartbuikzandhoen rolt laag en grommend. Let ook op de vlucht: het witbuikzandhoen is kleiner, sneller en scherper van vleugel, het zwartbuikzandhoen breder en zwaarder, meer als een patrijs.
Leefgebied
Vlakke, boomloze en zeer open terreinen: droge graslanden, braakliggende akkers, wintergraan op secano en de zilte vlakten rond binnenlandse zoutmeren. Hoogopgaande gewassen en beplanting worden gemeden, evenals hellingen en steenland. Groepen vliegen in de vroege ochtend naar drinkplaatsen: veedrinkbakken, plassen aan de rand van een stuwmeer, restwater in een greppel. Het mannetje laat daar de buikveren volzuigen met water en vliegt daarmee terug naar de kuikens, die het uit het verenkleed drinken.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
De Europese kern ligt in Spanje, met kleinere aantallen in Portugal en één geïsoleerde Franse populatie in de Crau bij Arles. Buiten Europa broedt de soort in Noord-Afrika en van Turkije oostwaarts door Iran tot Kazachstan. Naar Nederland en de rest van Noordwest-Europa komt hij niet; wie hem wil zien, reist naar Spanje of Zuid-Frankrijk.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga voor zonsopgang staan bij een drinkplaats op een steppevlakte en blijf zitten. In het eerste uur na zonsopgang komen de groepen aanvliegen, altijd roepend, en dat is het moment waarop je de soort op naam brengt. Scan verder rustig rijdend langs veldwegen over braakland; op de grond levert alleen een bewegende kop of een oplichtende witte buik de vogel op.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd, maar in Spanje staat de soort als kwetsbaar in het rode boek: ongeveer 7.700 broedvogels in 2019, met een daling van bijna een vijfde sinds 2005. De Franse populatie in de Crau telt nog enkele honderden vogels en geldt daar als ernstig bedreigd. Het verlies van braakland, de omschakeling van droge akkerbouw naar beregende teelten, zonneparken op oud steppeland en verstoring bij drinkplaatsen zijn de zwaarste drukfactoren.



