Alle soorten › Valkachtigen › Valken › Sakervalk
Sakervalk | Falco cherrug
Saker falcon | Halcón sacre
De grootste valk van het Europese vasteland: een zware, breedvleugelige vogel van de steppe met een opvallend lichte kop, die laag over de poesta jaagt op zieselen, hamsters en duiven. Zelf bouwt hij geen nest maar neemt hij oude nesten over, tegenwoordig vooral kunstnesten op hoogspanningsmasten.
Geluid
Bij het nest een hard, hees kjek-kjek-kjek, dieper, langzamer en rauwer dan het scherpe alarm van de slechtvalk; het klinkt eerder blaffend dan ratelend. Het vrouwtje bedelt met een gerekt, klagend wiehp. Buiten de broedtijd is de soort zwijgzaam; april en mei bij een bezet kunstnest bieden de beste kans.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Groot en zwaargebouwd, forser dan een slechtvalk, met brede, aan de basis volle vleugels en een lange, betrekkelijk brede staart. Bovenzijde warmbruin met lichte veerranden, onderzijde roomwit met grove, druppelvormige donkere vlekken die zich naar de flanken en vooral naar de broek toe ophopen. De kop is opvallend licht, vaak bijna egaal roomwit, met een fijne donkere oogstreep en hoogstens een vage, smalle baardstreep. In de vlucht steken de donkere broek en oksels af tegen de lichtere hand- en armpennen. Jonge vogels zijn donkerder en zwaarder gestreept, met blauwgrijze poten.
Verwarringssoorten
Slechtvalk: kleiner en compacter, leigrijs boven, met een brede zwarte baardstreep, een scherp afgetekende witte wang en dwarsgebandeerde onderdelen; zijn vlucht is stijver en zijn stoot steiler. Lannervalk: kleiner en slanker, met een langere staart, een roestbruine kruin, een smalle maar duidelijke baardstreep en fijne ronde vlekjes in plaats van grove druppels. Giervalk is nog groter en witter, met een stompere vleugelpunt, en blijft in het hoge noorden. Een buizerd op afstand kan een saker suggereren, maar heeft brede, ronde vleugels en een korte staart.
Leefgebied
Wijde, boomarme vlakten: steppe en poesta, droge en zilte graslanden, uitgestrekt akkerland met stroken ruigte, en de randen van binnenlandse zoutpannen. Hij heeft open jachtterrein met veel gravende zoogdieren nodig én een verhoogde nestplaats: een oud nest van kraai, raaf of arend in een solitaire boom, een richel in een rotswand, of een kunstnest op een hoogspanningsmast.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedt van Midden- en Oost-Europa — Oostenrijk, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Servië en Roemenië — door Oekraïne en Turkije en verder oostwaarts over de Aziatische steppe tot in Mongolië en China. Europese vogels blijven grotendeels bij hun territorium of trekken kort zuidwaarts; oostelijke vogels overwinteren in het Middellandse Zeegebied, het Midden-Oosten en Oost-Afrika. In Nederland is het een grote zeldzaamheid, en bij elke waarneming moet rekening worden gehouden met vogels die teruggaan op ontsnapte valkeniersvogels.
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Hongarije, in de Hortobágy of het Kiskunság, van april tot juni. Rijd de hoogspanningslijnen door de vlakte af en zoek de kunstnesten na; een volwassen vogel zit vaak op de mast ernaast. Vroeg in de ochtend, wanneer de zieselen boven de grond komen, is de kans op een jagende vogel het grootst.
Staat van instandhouding
Wereldwijd bedreigd (IUCN: Endangered). Op de Aziatische steppe zijn de aantallen sterk teruggelopen door het wegvangen van vogels voor de valkerij, elektrocutie aan onbeveiligde middenspanningsmasten en vergiftiging. In Midden-Europa gaat het juist beter: gerichte bescherming, bewaakte nesten en honderden kunstnesten op masten brachten Hongarije in 2024 op ongeveer tweehonderd territoriale paren, het hoogste aantal tot nu toe. De achteruitgang van de ziesel blijft daar de grootste zorg.



