Alle soortenNachtzwaluwachtigenNachtzwaluwen › Nachtzwaluw

Nachtzwaluw

Caprimulgus europaeus | Eurasian nightjar | Chotacabras europeo

Een vogel van de schemering: overdag een onzichtbare bundel schorsgekleurde veren op een tak of de grond, na zonsondergang een geluidloze schim boven de heide. Het snorrende gezang draagt honderden meters ver door de zomernacht.

Nachtzwaluw (Caprimulgus europaeus)
Foto: Andrew Bazdyrev — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een aanhoudende mechanische ratel, een houten errrrrrrrr dat minutenlang doorloopt en om de paar seconden van toonhoogte wisselt, alsof iemand een gasbrander open- en dichtdraait. Begint zo'n twintig minuten na zonsondergang, houdt aan tot ver na middernacht en klinkt opnieuw voor het ochtendgloren. Bij het opvliegen breekt het gezang af in een nasaal koe-ik, vaak met hoorbaar vleugelklappen.

Luister: Snorrende zangXC1008591

Opname: ChristianSW — CC0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Langvleugelig en langstaartig, met een platte kop, enorme zwarte ogen en een minuscule snavel boven een reusachtige bek. Het verenkleed is grijsbruin met fijne kriebeltekening en camoufleert volmaakt. Het mannetje heeft witte vlekken op de handpennen en witte staarthoeken, bij het vrouwtje ontbreken die. In vlucht valt de valkachtige, wiegende en volstrekt geluidloze slag op.

Verwarrings­soorten

In silhouet kan een torenvalk of koekoek verwarren, maar de nachtzwaluw vliegt met stotende, onregelmatige slagen en scherpe wendingen, alsof hij zwevend van richting verandert. In Zuid-Europa is de moorse nachtzwaluw de echte valstrik: bleker, zandkleuriger, met wit in de handpennen bij beide geslachten en een heel ander, kloppend geluid.

Leefgebied

Droge, warme, halfopen terreinen: heidevelden met verspreide vliegdennen, jonge aanplant, kapvlaktes, stuifzand en de randen van naaldbos op zandgrond. Broedt zonder nest op de kale bodem tussen heide of strooisel. Jaagt op nachtvlinders en kevers boven open plekken, langs bosranden en boven vee in het open veld.

Verspreiding en trek

Broedvogel van vrijwel heel Europa tot in Scandinavië, overwinterend in zuidelijk Afrika. In Nederland vooral op de Veluwe, de Utrechtse Heuvelrug, de Brabantse en Drentse heiden en in de duinen. In Spanje broedt hij in het noorden en het midden; naar het zuiden toe wordt hij vervangen door de moorse nachtzwaluw.

  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga tussen half mei en eind juli op een windstille, zwoele avond naar een heideveld en wacht op een open plek tot ongeveer een halfuur na zonsondergang. Blijf staan en luister; het snorren verraadt de zangpost. Vaak komt het mannetje daarna klappend en zwenkend rond je hoofd kijken wie daar staat.

Staat van instandhouding

In Nederland na een diep dal in de jaren tachtig weer toegenomen dankzij heideherstel en grootschalige bosomvorming. Elders in West-Europa staat de soort onder druk door verruiging en vermesting van heide, het verlies van grote nachtvlinders, nachtelijke recreatie en aanrijdingen op onverlichte boswegen.