Alle soortenPelikaanachtigenPelikanen › Kroeskoppelikaan

Kroeskoppelikaan

Pelecanus crispus | Dalmatian pelican | Pelícano ceñudo

De kroeskoppelikaan is een van de zwaarste vliegende vogels van Europa en tegelijk de minst opvallend getekende van de twee pelikanen: vuilwit tot grijs, met een warrige bos krullende veren over de achterkop. Hij vist meestal in zijn eentje, waar de roze pelikaan juist in ploegen werkt.

Kroeskoppelikaan (Pelecanus crispus)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Buiten de kolonie vrijwel stom; een langsvliegende vogel laat alleen het ruisen van de vleugels horen. In de kolonie en bij ruzie op een slaapplaats klinken diepe, boerende grommen, een laag oerrr, sissende chhh-klanken en droog snavelgeklepper. Jongen bedelen met een klagend, jengelend iè-iè. De balts in maart, wanneer de keelzak oranjerood kleurt, is de enige periode waarin een kolonie op afstand hoorbaar is.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Zeer grote, plompe watervogel met een zware, breed uitlopende snavel. Het kleed is grijswit tot vuilwit, zonder de roze gloed van de roze pelikaan, en oogt in fel licht bijna zilvergrijs. Over kruin en achterkop staat een dichte bos losse, krullende veren, waaraan de soort haar naam dankt. De kale huid rond het oog is bleek geelwit tot lila en gaat vrij geleidelijk over in de kopbevedering, zonder scherpe begrenzing; het oog is licht, meestal geelwit, en valt daardoor nauwelijks op in de bleke kopzijde. De keelzak is buiten de broedtijd geel tot vuilgeel en kleurt in het vroege voorjaar oranjerood. De poten zijn donker loodgrijs. In vlucht toont hij een egaal grijswitte vleugel: alleen de handpennen zijn iets donkerder grijs en de uiterste toppen dof zwartgrijs, zonder scherpe grens, terwijl de ondervleugel licht is met een witte middenbaan. Onvolwassen vogels zijn vuil grijsbruin, ook dan zonder zwart in de vleugel.

Verwarrings­soorten

Roze pelikaan is de enige echte verwarringssoort, en in vlucht is de zaak snel beslist: die soort heeft gitzwarte slagpennen die boven en onder scherp tegen de witte dekveren afsteken, terwijl de kroeskoppelikaan een egaal grijswitte vleugel zonder zwarte achterrand laat zien. Zittend verraadt de roze pelikaan zich door zijn roomwitte, roze aangelopen kleed, de roze tot vleeskleurige kale huid rond een donker oog, de gladde, spits afhangende kuif in de nek en de vleeskleurige poten; de kroeskop is grijswit, heeft een blekere geelwitte oogomgeving met een licht oog, krullende kuifveren over de hele achterkop en loodgrijze poten. Op afstand helpt ook het gedrag: kroeskoppelikanen vissen meestal alleen of los verspreid, roze pelikanen in een aaneengesloten halve maan. Kleine pelikaan uit Afrika, in dit gebied hooguit een dwaalgast tot in Egypte, is beduidend kleiner en grijzer, met grijsroze poten en een fijnere snavel. Zwevende groepen kunnen op afstand op ooievaars of kraanvogels lijken, maar de ingetrokken hals met de snavel op de borst wijst de pelikaan aan.

Leefgebied

Grote, ondiepe zoetwatermeren en riviermondingen met uitgestrekte rietvelden, verder benedenlopen van rivieren, stuwmeren en in de winter ook brakke lagunes en kustbaaien. Rust op zandbanken, drijvende rietkragen en lage eilandjes. Vist meestal solitair of in een losse, wijd verspreide groep: hij zwemt rustig rond en schept met de snavel voor zich uit, en werkt maar zelden in de gecoördineerde halve maan die de roze pelikaan gebruikt. Dat verschil in visgedrag is op grote afstand vaak het eerste bruikbare kenmerk.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedt van de Griekse Prespameren en het Kerkinimeer via Albanië, Montenegro, Bulgarije en de Donaudelta tot in Turkije, de Kaspische regio en Centraal-Azië; de Balkanvogels blijven grotendeels het hele jaar in de regio, terwijl noordelijke broedvogels naar Griekenland, Turkije en het Midden-Oosten trekken. In Nederland en België gaat het bij waarnemingen vrijwel altijd om vogels uit een collectie; over herintroductie in de Lage Landen is wel nagedacht, maar dat vraagt volgens de betrokken onderzoekers nog veel voorbereiding. Een wilde kroeskoppelikaan zien betekent dus reizen naar Noord-Griekenland of de Donau.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga naar Mikri Prespa of het Kerkinimeer in maart of begin april: de vogels zijn dan op hun mooist, met een oranjerode keelzak en volle kroeskuif, en ze zitten dicht bij de oever. Op Kerkini loop je vanaf de dam bij Kerkini-dorp in de eerste twee uur na zonsopgang langs de rietrand, wanneer het licht laag staat en het water spiegelglad is; dan zie je de grijze tint van de vleugel en de loodgrijze poten zonder twijfel. In de winter, van december tot februari, verzamelen zich er ook grote aantallen, maar dan is de keelzak nog dof geel.

Staat van instandhouding

Gevoelig (IUCN: Near Threatened). De soort ging in de twintigste eeuw sterk achteruit door drooglegging van moerassen, vervolging door vissers en verstoring van kolonies, maar is sinds ongeveer 1990 in Europa fors hersteld dankzij koloniebescherming, rustzones en het isoleren van hoogspanningsleidingen; in 2017 werd de categorie daarom van Kwetsbaar bijgesteld naar Gevoelig. Aanvaringen met kabels, verstoring in de broedtijd, wisselende waterstanden en vogelgriep blijven de belangrijkste bedreigingen: een uitbraak in het vroege voorjaar van 2022 kostte in Griekenland ongeveer veertig procent van de broedvogels en geldt daar als de zwaarste ramp voor wilde dieren ooit.