Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen › Knobbelmeerkoet
Knobbelmeerkoet
Fulica cristata | Red-knobbed coot | Focha moruna
Een Afrikaanse meerkoet met een kleine Europese buitenpost in Zuid-Spanje, op Mallorca en in Marokko. Voor een noordelijke vogelaar is dit vooral een oefening in geduld: een zwarte bal op het water tussen honderden meerkoeten, die je pas mag opschrijven als je de kopvorm, de snavelkleur en zo mogelijk de vleugelachterrand hebt gezien.
Geluid
Dieper en nasaler dan de meerkoet, die een scherp, metaalachtig kèk geeft. De knobbelmeerkoet roept een tweelettergrepig kloe-koek en een rollend, metalig krrook, en daarnaast een laag knorrend oet oet vanuit de rietkant. Wie de meerkoet goed kent, hoort het verschil eerder dan hij het ziet.
Opname: Joost van Bruggen — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Egaal leiblauwzwart, iets groter en langhalziger dan de meerkoet en zonder de bruine zweem die de meerkoet in goed licht op mantel en schouderveren laat zien. Het frontschild is breed, hoog en bovenaan afgerond en gaat over in een blauwwitte snavel die kouder van tint is dan de roomwitte snavel van de meerkoet. Bovenop het schild staan in de broedtijd twee donkerrode knobbels ter grootte van een erwt; de iris is donkerrood, de poten zijn grijsblauw met brede lobben.
Verwarringssoorten
Alles draait om het onderscheid met de meerkoet. De twee rode knobbels zijn alleen van januari tot ongeveer juni betrouwbaar: buiten de broedtijd slinken ze tot twee vage bruine plekjes die op honderd meter onzichtbaar zijn, en jonge vogels hebben ze helemaal niet. Begin daarom bij de kopvorm: bij de knobbelmeerkoet is de schedel duidelijk gewelfd en eindigt het schild in een ronde, stompe bovenrand, terwijl de meerkoet een vlak voorhoofd heeft waarbij schild en snavelrug bijna één rechte lijn vormen die spits eindigt. Kijk dan naar de snavel: blauwwit tegenover roomwit met een roze zweem. Het beslissende kenmerk komt pas als de vogel opvliegt of zich strekt: de meerkoet toont een dunne witte lijn langs de achterrand van de vleugel, gevormd door de witte toppen van de armpennen, en bij de knobbelmeerkoet ontbreekt die volledig, zodat de vleugel egaal donker is. De onderstaart is bovendien geheel zwart. Eén waarschuwing weegt zwaarder dan alle kenmerken samen: buiten Zuid-Spanje, Mallorca en Marokko berust vrijwel elke melding op een meerkoet met een gezwollen schild in broedconditie of op een ontsnapte vogel uit een collectie.
Leefgebied
Ondiepe, voedselrijke zoetwaterplassen en lagunes met veel drijvende en ondergedoken waterplanten en brede randen van riet, lisdodde en biezen. Anders dan de meerkoet mijdt de soort diep en kaal open water: hij foerageert grazend in de oeverzone en over de plantenmatten. Stuwmeertjes, afgegraven wateren en herstelde moerassen worden gebruikt zodra de vegetatie zich heeft ontwikkeld.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Het zwaartepunt van de soort ligt in Afrika bezuiden de Sahara; de Europese en Noord-Afrikaanse populatie is klein en versnipperd. In Spanje leeft de vogel in Andalusië, in de Comunidad Valenciana en op Mallorca, met een verspreide Marokkaanse populatie daarnaast. In Nederland en België is de knobbelmeerkoet nooit als wilde vogel aanvaard; meldingen komen uit watervogelcollecties of berusten op determinatiefouten.
- Jaarrond
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Reken op Spanje in plaats van op een dwaalgast. Ga in februari of maart naar s'Albufera op Mallorca of naar de lagunes van Andalusië, wanneer de knobbels op hun grootst zijn en de paren elkaar over het water achtervolgen. Scan vanuit een hut de begroeide randen en niet het open midden, en wacht tot een kandidaat klapwiekt of opvliegt, zodat je de achterrand van de vleugel kunt afwerken.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd dankzij de grote Afrikaanse populatie, maar in Spanje staat de soort als met uitsterven bedreigd in het nationale register en als kritiek in het Rode Boek. De Spaanse kern gaat inmiddels grotendeels terug op uitgezette vogels uit een kweek- en herintroductieprogramma. Bedreigingen zijn droogvallende lagunes, waterwinning, afschot door verwisseling met de meerkoet, loodhagel en verlies van oevervegetatie.



