Alle soortenRoofvogelsHavikachtigen › Havik

Havik

Astur gentilis | Northern goshawk | Azor común

De havik is de zware, kortvleugelige bosjager die zelden lang in beeld blijft en meestal boven het kronendak wordt gezien. Het draait bij deze soort vrijwel altijd om verhoudingen, niet om kleuren.

Havik (Astur gentilis)
Foto: Thermos — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Bij het nest een snelle, doordringende reeks gek-gek-gek-gek, meestal in reeksen van vijf tot tien noten; bij het vrouwtje dieper en trager, bij het mannetje hoger en gehaaster. Het vrouwtje bedelt met een langgerekt, klagend hiii-jaa. Het luidst van eind februari tot april rond de nestplaats in hoog opgaand bos, vooral in de ochtend; buiten die periode is de soort opvallend zwijgzaam.

Luister: Klagende roep van het vrouwtjeXC396289

Opname: Alvaro Ortiz Troncoso — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Fors en diep in de borst, met een kop die duidelijk voor de vleugelvoorrand uitsteekt, brede vleugels met een bollende achterrand en een vrij lange staart met afgeronde hoeken. In een strakke, langzame reeks van drie tot vijf stevige slagen gevolgd door een lange glijvlucht; boven het bos zeilt hij met de vleugels naar voren gedrukt. Adult man: leiblauwgrijs boven, fijn grijs gebandeerd onder, felwitte wenkbrauwstreep boven een donkere oorstreek, oranjerood oog. Adult vrouw beduidend groter, bruiner van boven en grover gebandeerd. Juveniel is heel anders: warmbruin met okerkleurige veerzomen boven, en op de romige onderdelen zware donkere lengtevlekken in plaats van dwarsbanden, met een geel oog. Bij balts en alarm worden de witte onderstaartdekveren als een pluizige witte bol uitgezet — op afstand vaak het eerste wat opvalt.

Verwarrings­soorten

De sperwer is dé verwarringssoort en het verschil zit in de bouw, niet in de maat: een grote sperwervrouw en een kleine havikman overlappen in formaat. De havik heeft een klein maar duidelijk uitstekende kop, een zware borst, een brede staartbasis met afgeronde staarthoeken en vleugels die in het midden het breedst zijn; de sperwer heeft een kleine, nauwelijks uitstekende kop, een smal lijf, een lange staart met rechte, scherpe hoeken en vleugels die aan de basis smal zijn. De vleugelslag verschilt evenzeer: bij de havik traag, stijf en met kracht, bij de sperwer snel, flikkerend en losjes. In de zeilvlucht bolt de achterrand van de haviksvleugel duidelijk, bij de sperwer is die rechter. Een jonge havik met lengtestrepen kan bovendien op een buizerd lijken, maar die heeft veel bredere vleugels en een korte, waaiervormige staart.

Leefgebied

Opgaand bos met hoge, dikke bomen voor het nest en open land, kapvlaktes of bosranden om te jagen: naaldbossen op de zandgronden, oude landgoedbossen, gemengd bos langs rivieren. In toenemende mate ook stadsparken en begraafplaatsen, waar duiven en kraaien voor voedsel zorgen. Jaagt in verrassingsaanvallen laag langs de bosrand of vanuit een korte stootvlucht op duiven, kraaiachtigen, eksters en konijnen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

In Nederland een wijdverbreide standvogel van de bosrijke gebieden: Veluwe, Drenthe, de Achterhoek, Brabantse en Limburgse bossen, en daarnaast een aantal broedparen in stedelijke parken zoals in Amsterdam en Den Haag. In Spanje wijdverspreid in de bergbossen van de Pyreneeën, het Cantabrisch gebergte en het Iberisch Systeem en in de pijnbossen en eikenbossen daarbuiten, maar overal schaarser en meer teruggetrokken dan in Nederland.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Kies een heldere, windstille ochtend tussen half februari en eind maart en ga op een uitkijkpunt met zicht over een groot bosgebied staan, tussen ongeveer tien uur en één uur, wanneer de eerste thermiek op gang komt. Dan baltsen de vogels boven het kronendak met langzame, overdreven diepe slagen en gespreide witte onderstaartdekveren. Later in het jaar zie je vooral toevalstreffers: een havik die een duivenzwerm uiteenjaagt of laag over een bosrand schiet.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern). De Europese stand herstelde zich sterk na het verbod op DDT en het terugdringen van vervolging, maar in Nederland en Duitsland is de soort de laatste twintig jaar weer afgenomen, waarschijnlijk door een combinatie van minder prooi in het bos, predatie door oehoes en nog altijd illegale vervolging rond jachtgebieden en duivenhouderijen. Bosbeheer dat oude bomen spaart en rust rond nesten in het voorjaar zijn de belangrijkste maatregelen.