Alle soorten › Zangvogels › Buulbuuls › Grauwe buulbuul
Grauwe buulbuul | Pycnonotus barbatus
Common bulbul | Bulbul naranjero
In heel Noord-Afrika bepaalt de grauwe buulbuul het geluidsdecor van tuinen, oases en dorpspleinen: een onopvallend bruine, langgestaarte zangvogel met een verrassend vol en helder fluitliedje. Sinds 2013 broedt hij ook aan de Spaanse kant van de Straat van Gibraltar, en daarmee is hij de eerste buulbuul die het Europese vasteland op eigen kracht is binnengelopen.
Geluid
De zang is een korte, luide en vloeiende reeks van acht tot tien fluittonen, ongeveer twee seconden lang en wat rollend; klassiek weergegeven als dok-ter-vlug, dok-ter-vlug. Vanaf het eerste licht is het in een Marokkaanse tuin het eerste dat je hoort. De contactroep is een scherp, doordringend tsjip-tsjip-tsjip, bij onraad overgaand in een raspend tsjrr. Jaarrond te horen, het meest van februari tot juni.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Slank gebouwd, met een vrij grote kop en een lange, rechte staart die het silhouet uitgerekt maakt — ongeveer het formaat van een spreeuw, maar veel langer van achteren. De kop is roetbruin tot zwartig en loopt door tot onder het oog en over de keel; die donkere kap steekt scherp af tegen de dofbruine mantel en vleugels. De onderdelen zijn vuil grijswit, op de borst iets donkerder gewassen; de onderstaartdekveren zijn bij de Noord-Afrikaanse vogels wit, bij de ondersoorten van de Sahel en Oost-Afrika geel. De snavel is dun, zwart en licht gebogen, met stugge borstelharen aan de basis. Man en vrouw zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer, met een bruinere kap en roestige veerzomen op de vleugel. Bij opwinding zet de vogel de kruinveren op, zodat de kop even puntig oogt, maar een echte kuif heeft hij niet.
Verwarringssoorten
In Marokko en Zuid-Spanje is er geen echte verwarringssoort: een vogel ter grootte van een spreeuw, egaal bruin, met donkere kop en lange staart, laag door struikgewas hippend, is hier de grauwe buulbuul. Als silhouet tegen de lucht lijkt hij op een vrouwtje merel, maar de merel is forser, heeft een gele of hoornkleurige snavel en beweegt zich met sprongen over de grond in plaats van door de struik. Vanaf Egypte en de Sinaï verandert het beeld: daar volgt de Arabische buulbuul, met een zwartere kop, een opvallende witte oogring en felgele onderstaartdekveren. De roodoorbuulbuul, die in Valencia rondvliegt, heeft altijd een spitse zwarte kuif, een rode wangvlek en rode onderstaartdekveren en is nooit egaal bruin.
Leefgebied
Vrijwel alles met struiken of bomen dat niet gesloten is: tuinen en parken, hotelterreinen, boomgaarden, olijf- en arganaanplant, oleanderstruweel langs droogvallende rivieren, macchia, tuinbouwpercelen en oases. Gesloten bos en open woestijn mijdt hij even beslist. Het voedsel bestaat voor ongeveer driekwart uit vruchten — vijgen, dadels, moerbeien, olijven, oleasterbessen — aangevuld met bloemen, nectar en insecten, waarmee hij een van de belangrijkste zaadverspreiders van de Maghreb is. Het nest is een losse kom in de vork van een struik of lage boom, op één tot enkele meters hoogte.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Het hele noorden van Afrika, van Marokko en de Westelijke Sahara via Algerije, Tunesië en Libië tot in Egypte, en van daaruit in andere ondersoorten door de Sahel en Oost-Afrika tot diep in de tropen — het areaal reikt dus veel verder dan het kaartgebied. Binnen Europa broedt hij in Ceuta en Melilla, met een tiental paren, en sinds 2013 ook op het Spaanse vasteland aan de Straat van Gibraltar bij Tarifa, met enkele paren tot in de provincie Málaga. De eerste Spaanse waarneming dateert van 1975; de vogels zijn honkvast en breiden zich langzaam uit.
- Jaarrond
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
De eenvoudigste manier is een ontbijtterras in Marrakesh, Agadir of Tunis: vanaf zonsopgang zingen de mannetjes vanaf de top van een oleander of een lantaarnpaal, en ze laten zich tot op enkele meters benaderen. Wie hem in Europa wil zien, moet in het voorjaar de tuinen en tamarisken rond Tarifa en de monding van de Río Jara aflopen en op het fluitliedje letten; het is er nog een zaak van geduld en enkele paren.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern) en over vrijwel het hele areaal algemeen tot zeer algemeen. De soort profiteert van tuinen, irrigatie en stadsgroen en breidt zich in Noord-Afrika eerder uit dan dat ze afneemt. De Spaanse populatie is klein en kwetsbaar: het gaat om enkele paren aan de kuststrook van Cádiz en Málaga, waar het weghalen van struweel en de bebouwing van de kust de voornaamste bedreiging vormen. In Ceuta blijft de populatie op peil door contact met de Marokkaanse vogels.




