Alle soorten › Valkachtigen › Valken › Boomvalk
Boomvalk
Falco subbuteo | Eurasian hobby | Alcotán europeo
De boomvalk is de luchtacrobaat onder onze valken: een slanke zomergast die libellen in de vlucht uit de lucht grijpt en ze al vliegend opeet, en die in de schemering achter zwaluwen en gierzwaluwen aan gaat. In silhouet is hij een reusachtige gierzwaluw.
Geluid
In de broedtijd luidruchtig rond het nest: een helder, doordringend en gelijkmatig kjuu-kjuu-kjuu-kjuu of kew-kew-kew, voller en lager dan het ratelen van de torenvalk en met een klagende ondertoon. Het vrouwtje bedelt met een schor, aangehouden wiehp. Buiten de broedtijd zwijgzaam. De kans om hem te horen is het grootst in juni en juli bij een nest in een populierenrij of dennenbosje.
Opname: Rafael Suleimanov — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Slank en langvleugelig, met smalle, sikkelvormig gebogen vleugels en een korte, vierkant afgesneden staart — samen een ankerachtig silhouet dat sterk aan een grote gierzwaluw doet denken. Bovenzijde leiblauw tot donker leigrijs, onderzijde roomwit met dichte, scherpe zwarte lengtestrepen. Het koppatroon is het beste kenmerk: een zwarte helm met een brede, wigvormige baardstreep die scherp afsteekt tegen een witte keel en witte wangvlek. Volwassen vogels hebben een opvallend roestrode broek en onderstaart. Jonge vogels missen dat rood — bij hen zijn broek en onderstaart roomkleurig tot licht okerbruin — en zijn boven bruiner met lichte veerranden. De vlucht is snel, wendbaar en krachtig, met lange glijstukken en verrassende duikvluchten.
Verwarringssoorten
Torenvalk is korter van vleugel, langer van staart, bidt en heeft een veel vagere baardstreep en een roodbruine bovenzijde. Smelleken is kleiner, gedrongen, met kortere vleugels, nauwelijks een baardstreep en een veel vlakker gezicht, en hij jaagt laag over de grond in plaats van hoog in de lucht. De roodpootvalk is even groot en heeft ook lange vleugels, maar het mannetje is egaal donker leigrijs met rode poten en broek; het vrouwtje heeft een oranje kruin en onderdelen en een klein zwart oogmasker in plaats van een brede baardstreep. Slechtvalk is veel forser en breder van vleugelbasis, met gebandeerde in plaats van gestreepte onderdelen.
Leefgebied
Halfopen landschap: bosranden, houtwallen, populierenrijen en solitaire dennen naast uitgestrekt open land, moeras of water. Hij broedt in een oud nest van kraai of ekster en jaagt boven vennen, plassen, rietland en kwelder, waar libellen, zwaluwen, gierzwaluwen en vleermuizen zich concentreren. Aan het einde van de zomer verzamelen boomvalken zich boven libellenrijke wateren.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedt in vrijwel heel Europa en oostwaarts tot Japan, en overwintert in Afrika ten zuiden van de Sahara. In Nederland is het een schaarse maar wijdverbreide broedvogel van de zandgronden, de veenweiden en de rivierdalen, met een paar honderd paren. In Spanje is de soort een schaarse broedvogel van de noordelijke helft en de bergen, en verder vooral doortrekker in mei en van augustus tot begin oktober.
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Late namiddag en avond in juli en augustus, boven een ven, plas of rietmoeras waar veel libellen vliegen. Zoek een silhouet dat een gierzwaluw lijkt maar te groot is, en let op de plotselinge, elegante uitvallen; hij eet zijn prooi vaak vliegend op, met de poten naar de snavel gebracht. Bij een boerenzwaluwslaapplaats in het riet is de kans in augustus bijzonder groot.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (IUCN: Least Concern) en in Europa als geheel min of meer stabiel. In Nederland zijn de aantallen sinds de jaren zeventig fors afgenomen, vermoedelijk door de sterke achteruitgang van grote insecten en van zwaluwen, en door het verdwijnen van kleinschalig, halfopen landschap. Verstoring van nestbomen en illegale vervolging op de trekroute spelen lokaal ook een rol.



