Alle soortenSteltloperachtigenPlevieren › Aziatische goudplevier

Aziatische goudplevier

Pluvialis fulva | Pacific golden-plover | Chorlito dorado siberiano

De Siberische goudplevier: de kleinste, langpotigste en goudste van de drie, en de enige die met enige regelmaat in prachtkleed opduikt. In Nederland is hij zeldzamer dan de Amerikaanse goudplevier, maar het seizoen is langer, van eind mei tot ver in oktober.

Aziatische goudplevier (Pluvialis fulva)
Foto: Pseudopanax — Public domain · Wikimedia Commons

Geluid

Een opgaand, tweelettergrepig tsjoe-wiet, verrassend veel op de zwarte ruiter lijkend en heel anders dan het vlakke klieep van de Amerikaanse goudplevier of het heldere, klaaglijke tloe van de goudplevier. Daarnaast een zachter kloe-ie. Bij een flink deel van de Europese gevallen kwam de roep eerst en de vogel daarna.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

De kleinste goudplevier en de meest gerekte, met een kleine ronde kop, een naar verhouding lange snavel en lange grijze poten waarbij een flink stuk scheenbeen bloot staat. De bovendelen zijn sterk goudgeel gespikkeld. In prachtkleed is de onderzijde zwart, maar dat zwart wordt onderbroken door witte vlekking op flanken, buikzijde en onderstaartdekveren, en de witte halsstreep loopt door langs de flank in plaats van als blok op de borst te eindigen. Jonge vogels en winterkleed zijn warm okergeel met een geelbeige wenkbrauw en een fijn gevlekte borst. In rust zijn de tertials lang en reiken ze bijna tot de vleugelpunt, steken er maar twee of drie handpentoppen voorbij, en eindigt de vleugelpunt gelijk met of nauwelijks voorbij de staart. In vlucht steken de tenen voorbij de staartpunt.

Verwarrings­soorten

De oksel beslist. De goudplevier heeft witte okselveren en een witte ondervleugel, de Amerikaanse goudplevier rookgrijze en de Aziatische grijsbruine; in vlucht tegen het licht is dat het enige kenmerk dat niet meebeweegt met slijtage, licht of rui, en een rustende vogel met gevouwen vleugels is vaak niet te determineren tot hij ze opent. Tegenover de Amerikaanse goudplevier heeft deze soort de kortste handpenprojectie: twee tot drie pentoppen voorbij de tertials en een vleugelpunt gelijk met de staart, tegen vier of vijf toppen en een vleugelpunt ver voorbij de staart bij de Amerikaanse. De tertials zijn de keerzijde van hetzelfde verschil: hier lang tot bijna aan de vleugelpunt, bij de Amerikaanse kort, waardoor de Aziatische stomp van vleugel oogt en de Amerikaanse uitgerekt. De Aziatische heeft het langere scheenbeen en staat hoger; de Amerikaanse oogt groter van kop en steiler van voorhoofd met een krachtiger wenkbrauw, de Aziatische kleiner van kop en langer van snavel. In prachtkleed zijn de wit gevlekte flanken en de doorlopende witte flankstreep beslissend tegenover de egaal zwarte onderzijde van de Amerikaanse. Tegenover de gewone goudplevier is de Aziatische kleiner, langpotiger en veel goudkleuriger van boven; de zware, kortpotige goudplevier oogt nooit zo gerekt.

Leefgebied

Kort begraasd grasland, kwelders, buitendijkse graslanden, de drogere randen van slikplaten en de dijkjes van zoutpannen, meestal binnen een groep goudplevieren. Op de broedgrond gebruikt hij droge korstmos- en dwergstruiktoendra; op trek door Azië is het een vogel van rijststoppels en vliegvelden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedt van het schiereiland Jamal oostwaarts door Noord-Siberië tot West-Alaska en overwintert van Oost-Afrika en India tot Australazië en de eilanden van de Stille Oceaan. Jaarlijks belanden kleine aantallen in West-Europa, met Groot-Brittannië en Ierland als zwaartepunt. In Nederland gaat het om enkele gevallen, verdeeld over de Waddenkust, het Deltagebied en de polders, met zowel adulte vogels in het voorjaar als jonge vogels in de nazomer.

Waar en wanneer kijken

Loop van augustus tot oktober de goudpleviergroepen op kwelders en buitendijkse graslanden af, en schrijf de zomer niet af: een versleten adulte vogel in juni of juli is een klassieke manier waarop deze soort zich aandient. Zoek de kleine, langpotige, uitgesproken goudkleurige vogel die kortvleugelig oogt, en jaag hem daarna op voor de oksels en de uitstekende tenen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, met een uitgestrekt broedgebied en een zeer grote populatie. De duidelijkste druk is het aanhoudende verlies van getijdengebieden rond de Gele Zee, dat de hele Oost-Aziatische trekroute raakt en nauwlettend wordt gevolgd voor de steltlopers die daar dezelfde tussenstops gebruiken.