Alle soorten › Uilen › Echte uilen › Velduil
Velduil
Asio flammeus | Short-eared owl | Búho campestre
De velduil is de uil van het open veld en van het daglicht: een lange, bleke vogel die in de schemering laag en golvend over een kwelder zoekt, met een vlucht die eerder aan een grote nachtvlinder dan aan een roofvogel doet denken.
Geluid
In de baltsvlucht boven het broedterrein roept het mannetje een diepe, doffe, snelle reeks boe-boe-boe-boe-boe, ongeveer een tiental tonen, terwijl hij hoog cirkelt en met de vleugels onder het lijf klapt — dat klappen klinkt als een zweep en draagt ver. Bij verstoring en boven het nest een schor, blaffend tsjèf-tsjèf of een raspend kèèèw. Buiten de broedtijd is de soort vrijwel zwijgzaam, dus de wintervogels op de kwelder hoor je niet.
Opname: Jamescandless — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Lang en smal gevleugeld voor een uil, met een bleek, zandkleurig verenkleed en een opvallend contrastrijke ondervleugel: wit tot roomkleurig met een scherpe zwarte polsvlek en een zwarte vleugelpunt. Op de bovenvleugel zit een groot okergeel veld op de basis van de handpennen, dat als een lichte vlek meelicht. De onderdelen zijn licht met een zwaar gestreepte borst die naar de buik toe snel uitdunt — een kenmerk dat op afstand werkt. Het gezicht is bleek en de ogen zijn fel geel, omringd door een zwarte oogring die de blik streng maakt. De oorpluimpjes zijn heel kort en meestal niet te zien. De vlucht is traag, wiegend en onregelmatig, met stijve, licht opgeheven vleugels en tussendoor lange glijstukken; hij jaagt overdag en in de schemering, laag over de vegetatie.
Verwarringssoorten
De ransuil is dé vergelijkingssoort, en het onderscheid draait om kleur, contrast en gedrag. De velduil is blekere, zandkleuriger, met gele ogen, een wit gezicht met zwarte oogringen, een scherp afgetekende zwarte polsvlek en een borststreping die naar de buik toe verdwijnt; de ransuil is warmer roestbruin en donkerder, heeft oranje ogen, een roestkleurig gezicht, een minder contrastrijke ondervleugel en een streping die over de hele buik doorloopt, plus lange oorpluimen. Ook de manier van jagen scheelt: velduil jaagt vaak overdag en zeilt met stijve, opgeheven vleugels, ransuil is grotendeels nachtelijk en slaat sneller en losser. Van bovenaf is de velduil geler met een groot licht handveld, de ransuil egaler bruin. Op grote afstand kan een velduil boven een kwelder ook op een lichte blauwe kiekendief lijken, maar die heeft een langere, smallere staart, een slankere kop en een strakkere V-vleugelhouding.
Leefgebied
Open, boomloos land met een dichte kruidlaag en veel muizen: kwelders en schorren, duinvalleien, ruige graslanden, hoogveen, jonge inpolderingen, natuurbraak en akkerranden. Broedt op de grond in een kuiltje in de vegetatie. In muizenrijke jaren kunnen er plaatselijk opeens tientallen paren zitten waar het jaar ervoor geen enkele was; in slechte jaren verdwijnt de soort net zo makkelijk weer, want velduilen zijn uitgesproken zwervers.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedvogel van Noord- en Oost-Europa met verspreide voorposten naar het zuiden en westen; deels trekvogel, deels zwerver. In Nederland een schaarse broedvogel, met vrijwel de hele stand op Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog en incidenteel op het vasteland, en daarnaast een regelmatige wintergast op de kwelders van Groningen en Friesland, in het Deltagebied en in de Flevopolders. In Spanje broedt hij zeer schaars in het noorden en overwintert hij in wisselende aantallen in de laagvlaktes, rijstvelden en marismas van het zuiden.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga in het laatste uur voor zonsondergang op een dijk of uitkijkpunt boven een kwelder of ruig grasland staan, tussen oktober en maart. Dan komen de vogels vanaf hun rustplaats naar boven en jagen ze laag en zoekend over de vegetatie; op goede muizenavonden zie je er meerdere tegelijk, soms met blauwe kiekendieven erbij. Op de Waddeneilanden is april tot juni de tijd voor de baltsvlucht met het vleugelklappen — blijf dan wel op de paden, want de nesten liggen op de grond.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern), maar de Europese trend is duidelijk negatief en in Nederland staat de soort op de Rode Lijst als ernstig bedreigd. Ontwatering en intensivering van graslanden, het verdwijnen van ruige vegetatie, predatie en verstoring drukken de stand; de aantallen schommelen bovendien sterk met de muizencyclus, waardoor trends lastig af te lezen zijn. Het behoud van grote, rustige, ruige terreinen met een goede muizenstand is de belangrijkste maatregel.




