Alle soortenZangvogelsBoszangers › Raddes boszanger

Raddes boszanger | Phylloscopus schwarzi

Radde's warbler | Mosquitero de Schwarz

Raddes' boszanger is de grote, zware neef van de bruine boszanger: een stevige, dikkoppige zanger met een stompe snavel, dikke lichte poten en een okergele broek. Hij komt van de zuidelijke Siberische taiga naar onze kust, doorgaans een paar weken vroeger in het najaar dan de bruine, en hij is bijna even schuw.

Raddes boszanger (Phylloscopus schwarzi)
Foto: egorbirder — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is zacht en gemakkelijk te missen, en dat is meteen het belangrijkste verschil met de bruine boszanger: een laag, wat nasaal en licht vloeiend tjoek of tjeb, met een zachtere aanzet, alsof iemand ergens ver weg met de tong klakt. Vaak volgt een korte, snorrende trrt als de vogel schrikt. Waar het tsjek van de bruine boszanger door een duinvallei knalt, moet je voor Raddes' echt stilstaan en luisteren; bij wind hoor je hem eenvoudig niet. De zang, die hier vrijwel nooit klinkt maar van eind mei tot juli in de Siberische bosranden, is verrassend rijk en muzikaal: korte, luide, fluitende frasen met een lijsterachtige klank, afgewisseld met snelle rollende tonen en soms met een nasale slotnoot. Wie zowel de zang van de bruine als die van Raddes' boszanger kent, hoort meteen het verschil tussen een monotoon aftellen en een echt lied.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Een forse, gedrongen boszanger met een grote kop, een dikke hals en opvallend lange onderstaartdekveren; hij oogt zwaarder en hoekiger dan de bruine boszanger en beweegt vaak op de grond, met grote passen. Bovendelen warm olijfbruin, iets groener van toon dan bij de bruine boszanger; onderdelen roomwit met een duidelijke geelbeige waas over de flanken en helder okergele, bijna abrikooskleurige onderstaartdekveren. De wenkbrauwstreep is lang en breed en het opvallendst áchter het oog, waar hij diffuus uitwaaiert; vóór het oog is hij smaller en beige. Daaronder een donkere oogstreep, en over de kruin lopen vaak vage donkere zijstrepen die de kop een gekapt aanzien geven. De snavel is kort, dik en stomp, met een hoge basis en een licht roze ondersnavel — een heel andere vorm dan de fijne priem van de bruine boszanger. De poten zijn zwaar en licht: vleeskleurig tot oranjeroze, met grote voeten. Geen vleugelstreep.

Verwarrings­soorten

De bruine boszanger is het enige echte alternatief, en de vergelijking staat ook op zijn eigen pagina. Vier ijkpunten: de snavel (bij Raddes' kort, dik en stomp, bij de bruine fijn en spits), de poten (bij Raddes' zwaar en licht oranjeroze, bij de bruine slanker en bruinroze), de wenkbrauwstreep (bij Raddes' het breedst en diffuus áchter het oog, bij de bruine juist het scherpst en warmst vóór het oog) en de kleur onder de staart (bij Raddes' helder okergeel, bij de bruine dof beigebruin). Structuur helpt ook: Raddes' is groter, dikkoppiger en langer van onderstaartdekveren, en zit vaker op de grond of laag in een boom, terwijl de bruine met de staart wipt in de dichte dekking. Beslissend is de roep: een zacht, laag, wat vloeiend tjoek bij Raddes', een hard en droog tsjek bij de bruine. De tjiftjaf is kleiner, groener, heeft donkere poten en een korte, vage wenkbrauwstreep. De kleine spotvogel is bleker en grijzer, met een vierkantere staart en witte buitenste staartpennen.

Leefgebied

Broedt in de zuidelijke taiga en de bosgordel daaronder, in struweel en jonge opslag met een dichte kruidlaag: struwelen op berghellingen, verruigde bosranden, jonge berken- en wilgenopslag op kapvlakten en brandplekken, en open loofbos met een ondoordringbare onderlaag. Anders dan de bruine boszanger zit hij niet per se aan het water; hij kiest droger, structuurrijker struweel en een hogere kruidlaag, met verspreide bomen om vanaf te zingen. Op de trek en in de winter dezelfde combinatie: dicht struikgewas met een dikke bodemlaag, langs bosranden en akkerkanten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedt van de Altai en het Baikalgebied oostwaarts tot het Amoergebied, Noordoost-China en Korea, en overwintert in Bangladesh, Myanmar, Thailand, Laos en Cambodja. Elk najaar dwalen er vogels naar Noordwest-Europa af, over een afstand van ruim drieduizend kilometer; het eerste Europese materiaal kwam van Helgoland. In Nederland is hij sinds ongeveer 2000 een jaarlijkse gast, met doorgaans drie tot acht vogels per najaar, waargenomen van september tot november en met het zwaartepunt tussen eind september en half oktober — dus vroeger dan de bruine boszanger. Vrijwel alle waarnemingen komen van de kust en de Waddeneilanden. Op Fair Isle en Shetland is hetzelfde patroon te zien. In Spanje is hij een uitzonderlijke zeldzaamheid.

Waar en wanneer kijken

De laatste week van september en de eerste twee weken van oktober, na een periode met wind uit oost tot zuidoost, in duindoorn- en vlierstruweel op een Waddeneiland of in een klein kustbosje. Zoek de overgang tussen dicht struweel en open zand of kort gras: Raddes' loopt daar geregeld over de grond, met de staart omhoog en met grote passen, en dat is de beste kans om de dikke lichte poten te zien. Ga stil zitten aan de rand van een struweelblok en wacht; hij is schuw maar nieuwsgierig, en na tien minuten hangt hij vaak even in het buitenste takje. Let bij het eerste zicht op de snavel: kort en stomp is Raddes', fijn en spits de bruine.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, met een grote broedpopulatie in de zuidelijke Siberische bosgordel die stabiel lijkt en die profiteert van struweel op kapvlakten en brandplekken. In Noordwest-Europa is de soort van een grote zeldzaamheid in de jaren zeventig een jaarlijkse najaarsgast geworden. Of dat komt door groei van de broedpopulatie, door een verschuiving in de trekrichting of doordat er nu veel meer waarnemers de zachte roep herkennen, is niet uitgemaakt; het beeld is hetzelfde als bij de bruine boszanger, alleen blijven de aantallen bij Raddes' lager en is de piek in het najaar duidelijk vroeger.