Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Palmtortel
Palmtortel
Spilopelia senegalensis | Laughing dove | Tórtola senegalesa
Een kleine, warm kaneelbruine tortel van pleinen, palmen en dorpsstraten in het oosten van het Middellandse Zeegebied. Het zachte, rollende koeren klinkt daar op elk uur van de dag en hoort bij het geluidsbeeld van een Turkse stad zoals bij ons de houtduif.
Geluid
Een zacht, rollend en huppelend koeren van vier tot vijf lettergrepen, doe-doe-doeroe-doe, dat in het midden opklimt en aan het eind wegzakt, en dat door het lachende ritme zijn Engelse naam heeft opgeleverd. De vogels roepen vanaf daklijsten, elektriciteitsdraden en palmbladeren, het hele jaar door en op elk uur van de dag. Baltsende mannetjes voegen er een steile klapvlucht aan toe.
Opname: MRG90 — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Duidelijk kleiner en slanker dan een Turkse tortel, met een lange staart en korte, ronde vleugels. Kop en borst zijn roze wijnbruin, de mantel roodbruin, en over de vleugel loopt een blauwgrijs veld dat bij een zittende vogel als een grijze wig zichtbaar is. Het kenmerk waar het om draait zit op de zijhals: een koperkleurige vlek met zwarte spikkels, die als een gespikkelde slab op de bovenborst ligt in plaats van als een streep of een band. De poten zijn donkerrood, de snavel donker en de buitenste staartpennen tonen in vlucht witte punten. Er is geen zwarte halsband.
Verwarringssoorten
De Turkse tortel is groter, egaler zandkleurig en heeft een smalle zwarte halsband achter in de nek, geen gespikkelde vlek op de zijhals; van onderen is haar staart zwart met een breed wit eind. De zomertortel heeft een zwart-wit gestreept vlekje op de zijhals en roodbruin geschubde bovendelen met zwarte veercentra. De palmtortel oogt tussen die twee door kleiner, langstaartiger en warmer van kleur, en de gespikkelde nekvlek is op elke afstand waarop je hem kunt zien beslissend.
Leefgebied
Dorpen en steden met open, droge grond: pleinen, parken, tuinen, palmgroepen, erven, moskeetuinen en de rand van akkers en boomgaarden. De vogels foerageren lopend op kale bodem, tussen tafeltjes van terrassen en op stoffige paden, en broeden laag in klimplanten, palmen en op richels van gebouwen. Vlak buiten de bebouwing zijn ze veel schaarser.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Van huis uit een vogel van Afrika en van Zuid- en Zuidwest-Azië. In Europa is de soort ingeburgerd in Turkije en het oostelijke Middellandse Zeegebied, met vaste stadspopulaties tot in het zuidoosten van de Balkan, en plaatselijk in Spanje, waar de vogels teruggaan op ontsnapte exemplaren. Noordelijker in Europa duiken losse vogels op die vrijwel altijd uit een volière komen; in Nederland is de soort geen aanvaarde wilde gast.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
In Adana, Mersin of Antalya hoef je alleen in de schaduw van een plein te gaan zitten: de vogels lopen tussen de voeten van de bezoekers door. Let bij elke kleine bruine duif op de zijhals en op de lengte van de staart, want jonge Turkse tortels missen hun halsband en worden zo makkelijk verward. In Spanje loont het om in stadsparken en palmenlanen in het zuiden te zoeken.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd en over een enorm areaal talrijk; in het oostelijke Middellandse Zeegebied breidt de soort zich nog uit, geholpen door bewatering, palmaanplant en voedsel rond menselijke bebouwing. Ze is niet schadelijk voor inheemse duiven, maar deelt met andere stadsduiven de risico's van trichomonose en van vergiftiging bij bestrijdingsacties tegen stadsduiven.



