Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Kleinste strandloper
Kleinste strandloper
Calidris minutilla | Least sandpiper | Correlimos menudillo
De kleinste steltloper ter wereld en de enige peep met gele poten. Nederland wacht nog op een aanvaard geval: de melding uit Groningen van juli 1997 haalde het niet, zodat de soort hier vooral een waarschuwing en een oefening is.
Geluid
Een hoge, ijle en duidelijk omhoog buigende roep, krieep of trieep, veel langer aangehouden en muzikaler dan het korte tit van de kleine strandloper en zonder de triller van temmincks strandloper. Bij verstoring ook een dun sieet. Die stijgende roep is bij een wegvliegende vogel vaak het enige waaraan de determinatie nog hangt, dus luister voordat je de groep laat opvliegen.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Nog kleiner en compacter dan de kleine strandloper, met een gebogen rug en een gehurkte, laag bij de grond blijvende houding. De poten zijn geel tot geelgroen, al kunnen ze onder een laagje modder donker lijken; dat is het snelste kenmerk, maar ook het kenmerk dat het vaakst misleidt. De snavel is fijn, donker en buigt naar de punt toe licht omlaag. De borst draagt een volledige, dicht bruin gestreepte band die aan de zijkanten het donkerst is. Bovendelen bruin met zwarte veercentra en roestbruine zomen, met bij juvenielen duidelijke lichte mantelstrepen en een warme, buffige indruk. De tenen zijn lang en missen zwemvliesjes; de vleugelpunt reikt tot ongeveer de staartpunt.
Verwarringssoorten
De pootkleur zet hem apart van alle andere peeps, want alaskastrandloper, grijze strandloper, roodkeelstrandloper en kleine strandloper hebben zwarte poten. Alleen temmincks strandloper heeft ook lichte poten, en juist die is in Europa de eerste die je moet uitsluiten: temminck is langgerekter en effener grauw, zonder mantelstrepen, met een gelijkmatige grauwe borstband die scherp tegen wit eindigt, witte buitenste staartpennen en een staart die voorbij de vleugelpunt steekt. De kleinste strandloper is bruiner, sterker gestreept en heeft heldere mantelstrepen en een gehurkte houding. Tegenover de kleine strandloper telt naast de pootkleur de doorlopende gestreepte borstband, de fijnere en licht gebogen snavel en het ontbreken van de scherp afgesneden witte borst. Alaskastrandloper en grijze strandloper hebben zwemvliesjes tussen de tenen, die deze soort mist; de alaskastrandloper is bovendien langer gesnaveld met een buiging aan het eind en heeft roestrode schouderveren, de grijze strandloper een stompe rechte snavel en een grauwer, vlakker kleed. De roodkeelstrandloper is grijzer en langvleugeliger, met een vleugelpunt voorbij de staart en in zomerkleed een effen roodbruine keel. Voor wie verder kijkt: de taigastrandloper uit Azië heeft eveneens gele poten, maar staat rechter op langere poten, heeft een langere hals en een lichte snavelbasis.
Leefgebied
Anders dan de meeste peeps mijdt hij het open wad en zoekt hij begroeide, modderige randen op: greppels en kwelsloten, drassige weilandhoeken, bezinkbassins en rioolwaterzuiveringen, kleiputten, inlaagjes en de randen van brakke plassen. Hij foerageert traag en tastend tussen lage vegetatie, precies waar je ook temmincks strandloper zou verwachten. Broedt op vochtige toendra, veenmoerassen en zeggenvelden door subarctisch Noord-Amerika.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedt van Alaska en de Canadese subarctische zone tot Newfoundland en overwintert van het zuiden van de Verenigde Staten tot Peru en Brazilië. In Europa is het een zeldzame dwaalgast: Groot-Brittannië krijgt er gemiddeld ongeveer een per twee jaar, met een enkele overwinteraar erbij, en Ierland doet het vergelijkbaar. Nederland heeft geen aanvaard geval. In Spanje zijn vier waarnemingen gehomologeerd, in Catalonië en Galicië, in augustus en oktober.
Waar en wanneer kijken
Zoek niet op de plaat maar op de rommelige, begroeide slikrand: bezinkvelden, kleiputten, drooggevallen kreken en de achterkant van inlaagjes. Werk in augustus en september elke temmincks strandloper na op borstband en mantelstrepen, want dat is de vogel waarmee de kleinste strandloper hier wordt verward en omgekeerd. Controleer de pootkleur meerdere keren, bij verschillend licht en nadat de vogel door water heeft gelopen, want opgedroogde modder maakt gele poten zwart en nat slik maakt zwarte poten glanzend bruin.
Staat van instandhouding
Bij de herziening van de Rode Lijst is de soort naar Near Threatened gegaan. De wereldpopulatie is nog groot, maar de aantallen dalen langzaam. Omdat deze strandloper op trek en in de winter vooral op kleine, ondiepe zoetwatermoerassen, natte weilanden en rijstvelden zit, drukt het verdwijnen van juist die kleine, versnipperde wetlands zwaarder dan bij soorten die op grote estuaria leunen. Verdroging, ontwatering en het opruimen van modderige oevers zijn de belangrijkste zorgen.



