Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Izabeltortel
Izabeltortel
Streptopelia roseogrisea | African collared dove | Tórtola rosigrís
De izabeltortel is in het wild een vogel van de Sahel, van Mauritanië tot Soedan. Wat er in Europa rondloopt is iets anders: elke bleke tortel in een park of op een pleintje gaat terug op ontsnapte of losgelaten lachduiven, de tamme vorm van deze soort, of op kruisingen daarvan met de turkse tortel.
Geluid
Een laag, rollend koe-krrooo, met de nadruk op de gerekte tweede lettergreep, en daarnaast een lachend, stotend ha-ha-ha-ha dat bij opwinding klinkt en de Nederlandse naam lachduif verklaart. Verwilderde vogels roepen het hele jaar, het felst rond hun zitplaats op een dakrand of antenne.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Slanke, zandkleurige tot roomwitte duif met een smalle zwarte halsband, een grijzige kop en een roze waas over borst en hals. De iris is diep roodbruin, de snavel zwart, de poten paarsrood. In de vleugel valt een lichtgrijs veld op tegen donkerder handpennen; de onderstaartdekveren zijn wit, niet grijs. Van onderen toont de staart een brede witte eindhelft.
Verwarringssoorten
Een lichte tortel in een Europese stad is vrijwel nooit een wilde izabeltortel. De wilde vogels blijven ten zuiden van de Sahara; wat u ziet zijn lachduiven uit kooi en volière, en die komen in wit, crème en bont voor. Bovendien kruisen ze vrij met de turkse tortel, zodat het verenkleed alleen niets bewijst. Let dus op gedrag en geluid: een vogel die op twee meter blijft zitten en op brood afkomt, is een lachduif. Wie toch alle kenmerken wil aflopen, controleert de witte onderstaartdekveren, het scherp contrasterende grijze vleugelveld, de roodbruine iris en vooral het geluid: een rollend tweelettergrepig gekoer plus een lachend geratel, tegenover het driedelige koe-KOEE-koe en de nasale vluchtroep van de turkse tortel.
Leefgebied
In de Sahel acaciasavanne, dorpsranden en oases, altijd binnen vliegafstand van drinkwater. In Europa zit de vogel in stadsparken, op pleinen met palmen, rond kinderboerderijen, volières en dierentuinen, en op erven en boerenschuren waar graan wordt gemorst.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Het wilde areaal loopt van Mauritanië en Senegal oostwaarts tot Soedan, Eritrea en Somalië, met een tweede vorm in zuidwestelijk Arabië. Voor Nederland en België bestaat de soort alleen als ontsnapte vogel: kleine groepjes houden zich soms jaren in één stadswijk op, maar echte broedpopulaties zijn er nauwelijks. Ook in de rest van Europa gaat het uitsluitend om verwilderde vogels, het talrijkst rond de Middellandse Zee en op de Canarische Eilanden.
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga er geen dag voor op pad. Kom u er een tegen, maak dan foto's van de gespreide staart van onderen en van de onderstaartdekveren, en neem het geluid op; zonder die drie is een melding kansloos. Kijk daarna om u heen naar volières of een duiventil in de buurt.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd; in de Sahel is de soort algemeen en profiteert ze van dorpen en waterputten. In Europa telt ze niet mee als wilde soort. In Spanje staat ze in het register van invasieve uitheemse soorten, omdat verwilderde vogels met de turkse tortel kruisen en gewasschade kunnen geven.



