Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Harlekijneend
Harlekijneend
Histrionicus histrionicus | Harlequin duck | Pato arlequín
Een kleine, kortsnavelige eend die het water opzoekt waar het het hardst tegen de stenen slaat: IJslandse gletsjerrivieren in de zomer, beukende rotskusten in de winter. Op afstand ziet het mannetje er donker en onopvallend uit; pas in de telescoop blijkt hoe fijn de witte streepjes en vlekken over kop, hals en flanken zijn gezet. Voor wie de soort in Europa wil zien is IJsland vrijwel de enige adressenlijst.
Geluid
Ongebruikelijk hoog voor een eend. Het mannetje geeft een piepend, bijna muisachtig ie-ie-ie, waaraan de soort in het Engels de bijnaam sea mouse dankt; het geluid is hoog genoeg om boven het gedreun van stroomversnellingen en branding uit te komen. Het vrouwtje reageert met een lager, hakkelend ek-ek-ek. Te horen bij baltsende groepjes op de rivier in mei en juni; bij dwaalgasten aan de kust hoor je vrijwel nooit iets.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Compact, met een steil voorhoofd, een kort grijs snaveltje en een puntige staart die vaak schuin omhoog wijst. Adult mannetje in prachtkleed: leigrijs lichaam met roestbruine flanken, een witte vlek voor het oog, een kleine witte oorvlek, een roodbruine streep over de zijkruin en een reeks zwart omzoomde witte strepen op hals, borstzijde en schouder. In het ruikleed van juli tot oktober wordt het mannetje donker en vrouwachtig, maar de roestbruine flanken en de gezichtstekening blijven zichtbaar. Vrouwtje en eerstejaars: egaal donkerbruin, met twee of drie ronde witte vlekjes op de kopzijde — een grote vlek voor de snavelbasis, een kleinere boven het oog en een ronde vlek op de oorstreek. Geen wit in de vleugel, in geen enkel kleed.
Verwarringssoorten
Het mannetje in prachtkleed is met niets te verwarren. Bruine vogels vragen wel aandacht. Vrouwtje buffelkopeend heeft één langgerekte witte streep achter het oog en een wit vleugelveld; de harlekijneend heeft losse ronde vlekjes en een volledig donkere vleugel. Vrouwtje ijseend is lichter, heeft een witte hals en een donkere wangvlek in plaats van witte stippen. Vrouwtje zwarte zee-eend is groter en zwaarder gebouwd, met een egaal vale wang zonder scherpe vlekken en een veel forsere snavel. Alle kleden van de harlekijneend zijn in Europa determineerbaar, mits je de kop goed ziet: de combinatie van steil voorhoofd, minisnaveltje en losse witte kopvlekken is bij geen van de zee-eenden te vinden.
Leefgebied
In de broedtijd snelstromende, heldere rivieren en beken met stroomversnellingen en rotsblokken, waar de vogels tussen de golven naar muggenlarven en kokerjuffers duiken. Buiten de broedtijd rotskusten en branding: de vogels dobberen vlak achter de brekers, rusten op met wier begroeide rotsen in de getijdenzone en duiken op ondiepe rotsbodem naar slakken, kreeftachtigen en mosseltjes. Zandstranden en rustige binnenwateren worden gemeden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedt in Europa alleen op IJsland, met de rivier de Laxá bij Mývatn als bekendste bolwerk; verder in Groenland, Noordoost-Azië en Noord-Amerika. IJslandse vogels blijven in de winter langs de eigen kust. Elders in Europa is het een echte zeldzaamheid: in Groot-Brittannië gaat het om ongeveer vijfentwintig door de BBRC aanvaarde gevallen, met een sterke nadruk op Schotland en met name de Buitenhebriden; Ierland kreeg pas in oktober 2025 zijn eerste, twee vogels bij Maheroarty in county Donegal. Nederland heeft één aanvaard geval: een ongeringd vrouwtje dat van 28 december 1982 tot 28 maart 1983 in de haven van IJmuiden bleef. Drie andere Nederlandse meldingen zijn door de CDNA niet aanvaard.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
De zekerste plek is de Laxá tussen Mývatn en de zee, in mei en juni. Parkeer bij een van de bruggen, loop de oever af en zoek de vogels op de luwtes achter grote stenen midden in de stroom; ze zitten vaak in groepjes van vijf tot vijftien en verdwijnen telkens achter het schuim. Aan de IJslandse kust loont het om in de winter vanaf een rotspunt de eerste vijftig meter branding af te zoeken. Bij ons is de kans het grootst op een noordwestelijke rotskust na een aanhoudende noordwesterstorm; controleer dan elke bruine eend in een havenmond op ronde witte kopvlekken.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd, met een geschatte populatie van ruim tweehonderdduizend vogels. De IJslandse populatie is stabiel. Knelpunten zijn waterkracht en riviervergraving in de broedgebieden, olievervuiling langs de kustlijnen waar de vogels dicht opeen overwinteren, en verstoring door recreatievaart en sportvissers op de broedrivieren. In het oosten van Canada is de populatie zo klein dat ze daar apart wordt beschermd.



