Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Grote mantelmeeuw
Grote mantelmeeuw
Larus marinus | Great black-backed gull | Gavión atlántico
De grote mantelmeeuw is de zwaarste meeuw ter wereld en op een strandhoofd vol zilvermeeuwen meteen de vogel die er een maat te groot uitziet. Hij is roofdier zoveel als aaseter: hij slaat alken, jonge stormvogeltjes en zieke eenden.
Geluid
Veel dieper en schorrer dan andere meeuwen: een kort, blaffend auwk of ough dat bijna als een hond klinkt, en een langzame, zware lachroep waarbij de kop achterover gaat. Op broedplaatsen op eilandjes en dijken hoor je het van maart tot juni, langs de kust en op vuilstortplaatsen ook in de winter. Op zee zwijgt hij meestal; de roep verraadt hem vaak eerder dan de kijker.
Opname: Doug Hynes — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Let eerst op formaat en kop: een blokvormige kop met platte schedel, een enorme snavel met een sterke gonyshoek en een gele snavel met een groot rood vlek in het vierde kalenderjaar. De mantel is leisteenzwart, duidelijk zwarter dan de donkere leigrijze mantel van de kleine mantelmeeuw, en de poten zijn vleeskleurig roze, nooit geel. Het oog is bleekgeel met een rode oogring; in de handpennen zit weinig zwart en juist veel wit: een grote spiegel op p10 die vaak met de witte punt versmelt, en een kleinere op p9. Eerste kalenderjaar heeft een geblokte, wit-en-zwart geschakeerde bovenzijde als een schaakbord, een opvallend witte kop en hals, een geheel zwarte snavel en lichte binnenste handpennen. In het tweede en derde kalenderjaar komt de zwarte zadelkleur in vlekken door en wordt de snavelbasis lichter, zodat je de leeftijd aan de mengeling van bruin schild en zwarte veren afleest.
Verwarringssoorten
Kleine mantelmeeuw is kleiner en slanker, heeft gele poten en een leigrijze in plaats van zwarte mantel, en veel meer zwart in de vleugelpunt met kleinere spiegels. Zilvermeeuw heeft dezelfde roze poten maar een lichtgrijze mantel en een veel lichtere snavel; het formaatverschil is bij directe vergelijking meteen duidelijk. Bij onvolwassen vogels hakt het rugpatroon de knoop door: een eerstejaars grote mantelmeeuw heeft een wit-zwart geblokt schild en een bleke kop, terwijl een eerstejaars zilvermeeuw egaler koffiebruin is met een donkere kop. Pontische meeuw en geelpootmeeuw komen door hun forse snavel wel eens in beeld, maar hebben een veel lichtere mantel en respectievelijk vaalroze en felgele poten.
Leefgebied
Rotskusten, eilandjes, havenhoofden, strandhoofden en dijken, en buiten de broedtijd de ondiepe Noordzee en het Wad. Foerageert op vis achter kotters, op aas op het strand, op schelpdieren en vooral op andere vogels: hij pakt alken en jonge meeuwen uit het water en plundert kolonies. In Nederland broedt hij op steenglooiingen en kunstmatige eilanden in het Wad en de Delta, vaak solitair aan de rand van een zilvermeeuwenkolonie.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedvogel van IJsland, de Faeröer, Noorwegen, Groot-Brittannië, Ierland, de Oostzee en Noordwest-Frankrijk, en aan de andere kant van de oceaan van Oost-Canada tot New England. Nederland is pas laat gekoloniseerd: er broeden nu ruim honderd paren in het Waddengebied en de Delta, terwijl in de winter tienduizenden vogels langs de kust en op het IJsselmeergebied verblijven. In Spanje is de soort een schaarse wintergast langs de Cantabrische en Galicische kust; verder zuidwaarts en in de Middellandse Zee is hij een zeldzaamheid.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek in november tot februari een havenhoofd of visserijhaven op, IJmuiden, Scheveningen of de Maasvlakte, en scan de rustende meeuwen: de grote mantelmeeuw steekt letterlijk boven de zilvermeeuwen uit en houdt vaak afstand. Op een hoogwatervluchtplaats in de Delta of langs de Waddenzee kun je bij afgaand tij de vogels tegen elkaar afzetten en zowel mantelkleur als pootkleur beoordelen. Kijk bij zeetrektellingen naar de trage, zware vleugelslag, die veel meer aan een kleine jan-van-gent doet denken dan aan een meeuw.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd, maar de Europese aantallen dalen: in Groot-Brittannië en Noorwegen zijn de broedaantallen sinds de jaren tachtig fors afgenomen door minder visserijafval en het sluiten van vuilstortplaatsen. In Nederland gaat het juist de andere kant op, met een groeiende maar nog kleine broedpopulatie die op de Rode Lijst als gevoelig staat. Vogelgriep raakt de soort extra hard omdat hij zieke en dode vogels opeet; in 2022 en 2023 werden langs de Noordzeekust flink wat besmette grote mantelmeeuwen gevonden.



