Alle soortenSteltloperachtigenPlevieren › Goudplevier

Goudplevier

Pluvialis apricaria | European golden-plover | Chorlito dorado europeo

Een compacte plevier die van boven bezaaid lijkt met goudgele spikkels en op een geploegde akker volledig oplost. Pas als de hele groep tegelijk opvliegt, zie je met hoeveel duizenden ze er stonden.

Goudplevier (Pluvialis apricaria)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een helder, klaaglijk fluitje van één lettergreep, tloe, dat over een kale akker verrassend ver draagt en de soort meestal eerder verraadt dan het oog. In de winter roepen opvliegende groepen aanhoudend en door elkaar heen. Boven de broedgrond klinkt in de baltsvlucht een treurig, eindeloos herhaald per-pie-oe.

Luister: Weemoedig fluitje, roep van trekkende vogelsXC471077

Opname: Mikko Heikkinen — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Korte zwarte snavel en een groot donker oog in een verder egaal gezicht. In broedkleed goudgeel en zwart gespikkeld boven, met een zwart gezicht en zwarte buik die bij noordelijke vogels breed wit omrand zijn; zuidelijke broedvogels tonen slechts een vlekkerig zwart buikveld. In winterkleed goudbruin gespikkeld met een vuilwitte buik. In vlucht een smalle, vage vleugelstreep, geen witte stuit en een helder witte ondervleugel met witte oksels.

Verwarrings­soorten

De zilverplevier is groter, grijzer en zwaarder gesnaveld en oogt nooit goudgeel. In vlucht is het verschil absoluut: de zilverplevier toont zwarte okselvlekken, een witte stuit en een brede witte vleugelstreep, terwijl de goudplevier een geheel witte ondervleugel zonder zwart en een donkere stuit heeft. Aziatische en Amerikaanse goudplevier zijn slanker en langpotiger, met grijze oksels.

Leefgebied

Broedt op hoogveen, kale heide en toendra in het noorden. Buiten de broedtijd sterk gebonden aan open cultuurland: grote graslandpercelen, wintertarwe, geploegde akkers en stoppels, met kwelders en slikplaten als uitwijk bij vorst of verstoring. Slaapt vaak op het wad en foerageert overdag ver in het binnenland.

Verspreiding en trek

Broedvogel van IJsland, Ierland, Schotland, Scandinavië en de Russische toendra; als Nederlandse broedvogel van het Drentse hoogveen is de soort verdwenen. In het winterhalfjaar verzamelen zich enorme aantallen in de noordelijke polders en langs de Waddenzee. Iberië herbergt grote groepen op de dehesas van Extremadura en de graanvlakten van Castilië.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Rijd in november en december langs open akkerland in Groningen, Friesland of Flevoland en zoek naar roerloze groepen die als kluiten in de voren staan. Kom in het laatste uur voor zonsondergang, wanneer de vogels actief worden en luidruchtig opvliegen. Kieviten helpen enorm: waar een kievitgroep staat, staan bijna altijd goudplevieren tussen.

Staat van instandhouding

Als broedvogel in West-Europa gaat de soort achteruit door ontwatering, bebossing en aantasting van hoogveen; uit Nederland is hij als broedvogel al lang verdwenen. Als wintergast blijft hij talrijk, al schuift het zwaartepunt bij zachte winters noordwaarts. Intensivering van de akkerbouw, minder winterstoppel en verstoring op de slaapplaatsen drukken op de aantallen.

Andere soorten in deze familie

Strandplevier · Kleine plevier · Bontbekplevier · Morinelplevier · Zilverplevier · Kievit