Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Bronskopeend
Bronskopeend
Mareca falcata | Falcated duck | Cerceta de alfanjes
Een Oost-Aziatische eend met een groen-en-bronzen kop, een manenachtige nekkraag en lange sikkelvormige schouderveren over de staart. Op het water is een man onmiskenbaar, ook op afstand. Toch loopt elke Europese waarneming uit op dezelfde vraag: wilde dwaalgast of ontsnapte collectievogel?
Geluid
Baltsende mannetjes geven een helder, laag fluitje gevolgd door een korte triller, üü-trrr, met opgezette kraag en kort opgetrokken achterlijf. Het vrouwtje kwaakt hees en rauw in korte reeksen. Buiten de balts is de soort zwijgzaam; in Europa hoor je hem vrijwel alleen van een winterse man die tussen smienten of krakeenden staat te baltsen, van januari tot maart.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Man in prachtkleed: kop donker glanzend groen met bronsrode weerschijn, met een lange kraag die tot over de nek hangt, een wit voorhoofdvlekje, een witte keel en een smalle zwarte halsband. Het lichaam is fijn grijs gegolfd, met lange, hangende sikkelvormige tertials over de staart en een crèmegele driehoek onder de staart die zwart is omrand. De snavel is geheel zwart. Vrouwtje en eclipsman zijn donker grijsbruin met sterk geschubde flanken, een grijzige kop met een kort manetje in de nek, een geheel donkere snavel en een donkergroene spiegel.
Verwarringssoorten
Bij het vrouwtje is de smient de meest gemaakte fout: die heeft een spitse staart, een blauwgrijze snavel met een zwarte punt en warmere roodbruine flanken, terwijl de bronskopeend een geheel donkere snavel heeft, grover geschubd oogt en een duidelijke bult in de nek toont. De krakeend, die met beide in het geslacht Mareca staat, verraadt zich bij het vrouwtje door het witte spiegelveld; de bronskopeend heeft daar donkergroen. De man in prachtkleed is niet te verwarren, maar in eclips is het een donkere, zwaar getekende eend met een zwarte snavel: controleer dan de sikkelvormige tertials en de nekkraag.
Leefgebied
Ondiepe zoete wateren met veel oevervegetatie: plassen, oude rivierarmen, ondergelopen grasland en rietkragen. In Europa duiken de vogels vaak op in eendenrijke zandwinplassen, waterbergingen en stadsvijvers, waar ze tussen smienten en krakeenden meedrijven. Foerageert grondelend en grazend langs de waterkant, zelden duikend.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedt in Oost-Siberië, Noordoost-China en Japan en overwintert in Oost-Azië. In Europa zeer zeldzaam en vrijwel altijd omstreden, want de soort wordt veel in watervogelcollecties gehouden en ontsnapt geregeld. Groot-Brittannië nam de soort in categorie A op naar aanleiding van een man die van 9 tot 27 december 1986 bij Welney in Norfolk zat en daarna tot begin 1988 tussen Norfolk en Northamptonshire pendelde. Nederlandse vogels worden doorgaans als ontsnapt beschouwd; let daarom bij elke vogel op ringen, geknipte handpennen en tam gedrag.
Waar en wanneer kijken
De beste kans is een man in de winter tussen smienten en krakeenden op een groot ondiep water: denk aan het Lauwersmeer, de Oostvaardersplassen of grote waterbergingen langs de rivieren. Werk de eendengroepen af op een donkere kop met een hangende kraag, want die valt zelfs op honderden meters op als een 'verkeerde' smient. Noteer meteen poten en vleugelpunten; dat bepaalt of de waarneming ergens toe leidt.
Staat van instandhouding
Gevoelig (NT) op de rode lijst, met een wereldpopulatie in de orde van negentigduizend vogels en een dalende trend in delen van het areaal. Jacht en vangst in de overwinteringsgebieden en het droogleggen en volbouwen van moerassen in Oost-Azië zijn de belangrijkste knelpunten. De Europese waarnemingen staan hier los van en zeggen niets over die trend.



