Alle soortenEendachtigenEenden, ganzen en zwanen › Brileider

Brileider

Somateria fischeri | Spectacled eider | Eider de anteojos

Een eider van de Beringzee die in Europa nauwelijks bestaat. Het mannetje draagt een grote witte bril met zwarte rand rond het oog, een kenmerk dat op elke afstand leesbaar blijft. Het is de soort waarvoor half vogelend Nederland in januari 2025 naar Texel reed.

Brileider (Somateria fischeri)
Foto: Nigel Voaden — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Zwijgzaam. Mannetjes geven hooguit een zwak koerend geluid in de balts; vrouwtjes een herhaald keelachtig gekras bij verstoring en zacht klokkende noten bij de jongen. Buiten de broedtoendra valt er in de praktijk niets te horen, en van de Europese gevallen is geen geluid opgenomen.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Het mannetje heeft een groenachtige kop met een ronde, zwart omrande witte oogvlek, een oranje snavel waarvan de bevedering hoog het gezicht in loopt, een witte hals en rug en zwarte onderdelen; anders dan bij de eider is de borst nooit wit. Het vrouwtje is warmbruin met dichte donkere dwarsstreping en draagt dezelfde bril, maar dan bleekbruin op een donkerder gezicht en veel doffer. Mannetjes in eclipskleed zijn grijsbruin met een grijzige kop, missen wit op de borst en houden het lichte voorvleugelveld; de bril blijft ook dan zichtbaar.

Verwarrings­soorten

Een mannetje in prachtkleed is onmiskenbaar: geen andere eend combineert die bril met zwarte onderdelen die tot aan de borst doorlopen. Vrouwtjes en eclipsmannetjes zijn de valkuil, want die zitten in een eidergroep. Zoek de bleke, ronde oogvlek en de opvallend ver het gezicht in getrokken bevedering langs de snavelbasis, die het profiel korter en stomper maakt; het vrouwtje eider heeft juist een lang, recht doorlopend voorhoofd-snavelprofiel en geen ronde oogvlek. De koningseider heeft een korte snavel met een S-vormig gebogen bevederingsrand en een donkere V op de keel, maar mist de bril.

Leefgebied

Overwintert op de Beringzee in wakken tussen het pakijs, tientallen kilometers uit de kust, duikend naar tweekleppigen. De enkele vogel die Europa haalt zit in kustwater: ondiepe zandbodems, wadgeulen en de basaltblokken van strekdammen en havenhoofden, waar mosselen zitten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedvogel van de kusttoendra van Noordoost-Siberië en Noord-Alaska; het grootste deel van de wereldpopulatie broedt in Rusland. Voor het Westelijke Palearctische gebied zijn maar een handvol gevallen bekend: drie uit Finnmark in Noord-Noorwegen, waarvan het eerste al uit 1933, twee van Spitsbergen en op 13 januari 2025 een adult mannetje bij de IJzeren Kaap op Texel, dat maandenlang bleef. Dat was het eerste geval voor Nederland en meteen het zuidelijkste van het hele gebied.

Waar en wanneer kijken

Hier valt niet gericht op te zoeken. Wie kans wil maken kijkt in de winter langs de Waddenkust en de strekdammen elke grote eidergroep na op een vogel met een lichte, ronde oogvlek en een stomp snavelprofiel. Voor de rest is dit een soort waarvoor je op een melding afreist, en dan is geduld belangrijker dan optiek: de Texelse vogel dook langdurig en kwam telkens op een andere plek boven.

Staat van instandhouding

Als gevoelig geclassificeerd. De broedpopulatie van de Yukon-Kuskokwimdelta in Alaska is sinds de jaren zeventig met ruim negentig procent gekrompen. Loodvergiftiging door opgepikte hagel, predatie door vossen, meeuwen en raven, bodemberoerende visserij op de overwinteringsgronden en het terugtrekkende pakijs zijn de belangrijkste knelpunten. Dat vrijwel de hele wereldpopulatie in enkele dichte groepen in de Beringzee overwintert, maakt één olieramp bijzonder riskant.