Alle soortenSteltloperachtigenStrandlopers en snippen › Bairds strandloper

Bairds strandloper

Calidris bairdii | Baird's sandpiper | Correlimos de Baird

Een platte, gestrekte strandloper waarvan de vleugelpunten ver voorbij de staart steken, alsof de vogel te grote vleugels heeft geleend. Nederland heeft zestien aanvaarde gevallen, bijna alle tussen juli en september en bijna alle eerstejaars.

Bairds strandloper (Calidris bairdii)
Foto: Jason Crotty — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Bij opvliegen een lage, droge, rollende triller: prrriep of krrrit, kort en zonder stijging, aards en rauw. Dat is precies het tegendeel van het ijle, muizige tsiet van bonapartes strandloper, en het is bruikbaarder dan welk verenkleedkenmerk ook wanneer een groepje strandlopers voor je uit opgaat. Op de grond meestal zwijgzaam.

Luister: Roep bij opvliegenXC613406

Opname: Doug Hynes — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Iets groter dan een kleine strandloper, maar door de lange vleugels veel langer ogend. In rust kruisen de handpennen elkaar en steken ze duidelijk voorbij de staartpunt; het silhouet is horizontaal, met een korte hals en een vlakke rug. De snavel is kort, recht, fijn en geheel zwart, de poten zwart. Over de borst ligt een egale beige waas met fijne donkere streepjes die scherp tegen het witte onderlijf eindigt en niet op de flanken doorloopt. Juvenielen, en dat zijn vrijwel alle vogels die Europa halen, hebben bovendelen met brede lichte veerzomen die een geschubd patroon vormen. In vlucht een smalle witte vleugelstreep en een donkere stuit met alleen smalle witte zijranden.

Verwarrings­soorten

De vergelijking begint bij de vleugelpunt. Bij bairds strandloper en bonapartes strandloper steken de handpennen duidelijk voorbij de staart; bij bonte strandloper en krombekstrandloper reiken ze hooguit tot de staartpunt. Daarna scheidt de stuit die twee: kijk als de vogel opvliegt of zich strekt, want bonapartes strandloper draagt een vierkant wit vlak over de bovenstaartdekveren en bairds strandloper heeft een doorlopend donkere stuit met slechts een smalle witte rand. Van dichtbij telt de snavel. Die van bairds is kort, recht en helemaal zwart; die van bonapartes is iets langer, met een licht gebogen bovenrand en een doforanje vlek onderaan de basis van de ondersnavel. De borst van bairds is een egale beige waas met vage streepjes, scherp begrensd tegen wit; bonapartes heeft grovere zwarte streepjes die als pijlpunten doorlopen over de flanken. Poten bij beide zwart, en juist dat sluit de gestreepte strandloper en de siberische strandloper uit, die gele tot geelgroene poten hebben, een lichte snavelbasis en een veel minder ver uitstekende vleugelpunt. Tegenover bonte strandloper is bairds kleiner, beiger, korter gesnaveld en veel langer gevleugeld; de bonte staat hoger, heeft een langere, aan de punt omlaag buigende snavel en een zwarte buikvlek in zomerkleed. Krombekstrandloper is groter en langpotiger, met een gelijkmatig gebogen snavel en in vlucht een breed wit stuitvlak dat opvallend groter is dan dat van bonapartes.

Leefgebied

In Europa eerder op droge dan op natte ondergrond: de kruinen van slikranden, opgedroogde oevers van spaarbekkens, kortgrazige zeedijken en drassige weilandhoeken, en verder strandlijnen met aangespoeld wier en kale zandplaten. Vogels lopen hoger op de oever dan bonte strandlopers en foerageren pikkend, niet borend. Broedt op droge, stenige hoogtoendra van Noordoost-Siberië tot Groenland, en overwintert op hoogveenachtige vlaktes en meeroevers in de Andes en op de Patagonische steppe.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Een soort die in het binnenland van Noord-Amerika naar het zuiden trekt, waardoor er veel minder vogels op de Atlantische Oceaan belanden dan bij bonapartes strandloper. In Groot-Brittannië en Ierland is het een jaarlijkse maar zeldzame gast; Nederland telt zestien aanvaarde gevallen sinds 1980, met een duidelijke piek in juli tot september en twee voorjaarsvogels uit 2012. In Spanje zijn ruim twintig gevallen gehomologeerd, met een zwaartepunt in Galicië en op de Canarische Eilanden.

Waar en wanneer kijken

Zoek in september, na een reeks westenwinden, op de droge randen van inlaagjes, kwelders en drooggevallen spaarbekkens, en niet op het open wad. Een juveniele bairds strandloper valt op als een strandloper die te lang en te plat oogt en die opvallend hoog en droog loopt. Controleer altijd of de vleugelpunt de staart passeert en wacht daarna tot de vogel opvliegt, want de donkere stuit sluit bonapartes strandloper in één beeld uit.

Staat van instandhouding

De wereldpopulatie is groot en de soort staat als niet bedreigd te boek. Toch komt bijna alles wat er broedt op één smalle band hoogarctische toendra terecht, en overwintert het grootste deel in een klein aantal Andesmoerassen en Patagonische graslanden. Ontwatering van hoogveengebieden in de Andes, overbeweiding en het verdwijnen van tussenstops op de Amerikaanse prairie zijn de aandachtspunten; in Europa speelt de soort geen rol in het beheer.