Alle soortenSteltloperachtigenStrandlopers en snippen › Terekruiter

Terekruiter

Xenus cinereus | Terek sandpiper | Andarríos del Terek

Laag op de poten, lang van lijf en met een snavel die duidelijk omhoog wipt: de terekruiter is de enige kleine steltloper van Europa met dat profiel. Hij rent driftig over het slik, wipt met het achterlijf als een oeverloper en foerageert met snelle uitvallen.

Terekruiter (Xenus cinereus)
Foto: Koskikara — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een helder, wat fluitend en licht dalend tie-lie-lie, drie- tot vijfmaal herhaald, meestal bij het opvliegen. Zang alleen in het broedgebied: een reeks oplopende trillers vanaf een paal of in baltsvlucht. Een doortrekker in de Waddenzee verraadt zich geregeld eerst met de vluchtroep.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Grijze, langgerekte ruiter met korte, oranjegele poten en een lange, naar boven gebogen snavel met een gele tot oranje basis en een zwarte punt. Bovendelen effen grijs, in broedkleed met twee zwarte schouderstrepen; onderdelen wit met een grijzige borst. In vlucht een breed wit achterrandveld op de armpennen en een donkere balk over de vleugelboeg. De vogel loopt gebogen en snel, met het achterlijf voortdurend wippend.

Verwarrings­soorten

De opgewipte snavel plus korte oranjegele poten is de combinatie waar de determinatie op rust; geen andere Europese steltloper van dit formaat heeft beide. De tureluur heeft eveneens een witte achterrand op de vleugel, maar is groter, hoger op de poten, heeft een rechte snavel met rode basis, felrode poten en een lange witte wig over de rug. De rosse grutto heeft ook een licht opgewipte snavel, maar is veel groter, langpotiger en mist de witte achterrand. De oeverloper deelt het wippende achterlijf, maar is bruin, heeft een rechte donkere snavel en een witte wig voor de vleugel. Grijze franjepoot draait rond in het water in plaats van te rennen. Zit de vogel stil en zie je de snavel slecht, let dan op het lage, langgerekte silhouet met de korte poten en de effen grijze bovendelen, en wacht tot hij gaat lopen.

Leefgebied

Slikplaten en wadgeulen in estuaria, kwelderkreken, brakke lagunes en zoutpannen; ook op modderige oevers van binnendijkse plassen. Hij zoekt bij voorkeur zacht, nat slik dicht bij de waterlijn en volgt het afgaande tij naar buiten. Broedt langs zandige oevers en op natte weiden bij rivieren in de boreale zone, van Finland oostwaarts door Siberië.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedvogel van Finland, de Baltische staten en verder oostwaarts door Rusland; overwintert langs de kusten van Afrika, Zuid-Azië en Australië. In West-Europa een zeldzame maar bijna jaarlijkse doortrekker. Nederland telt inmiddels enkele tientallen gevallen, met pieken in het late voorjaar en in juli; de aantallen namen tussen 1980 en 2010 toe en zijn sindsdien tamelijk stabiel. Groot-Brittannië kent enkele honderden gevallen sinds de eerste in East Sussex in 1951.

  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga eind mei of in juli bij afgaand tij naar een wadplaat of een kweldergeul en scan de groepjes tureluurs en bonte strandlopers aan de rand van het water. Zoek naar een lagere, grijzere vogel die duidelijk sneller rent dan de rest; de snavel valt vaak pas op wanneer hij zijn kop optilt.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, maar de kleine Europese broedpopulatie in Finland en de Baltische staten is kwetsbaar en neemt af door het vastleggen van rivieroevers, het verdwijnen van overstroomde weiden en verstoring van zandbanken. Op de trekroute drukt de aantasting van de wadgebieden in Oost-Azië op de veel grotere Siberische populatie.