Alle soortenEendachtigenEenden, ganzen en zwanen › Marmereend

Marmereend

Marmaronetta angustirostris | Marbled teal | Cerceta pardilla

Een zandkleurige eend met crèmekleurige vlekken en een donker oogmasker, en de meest bedreigde eend van Zuid-Europa. Het is een soort die je niet toevallig tegenkomt: je reist ernaartoe, naar een handvol ondiepe lagunes in Alicante, Murcia en Andalusië.

Marmereend (Marmaronetta angustirostris)
Foto: Mourad Harzallah — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal stil. Het mannetje geeft in de balts een nasaal, kort jiep, het vrouwtje een reeksje van hetzelfde geluid, pliep-pliep, dat over een lagune maar een tiental meters draagt. Het beste moment is een windstille ochtend in april en mei bij paartjes vlak langs de rietrand; buiten de baltstijd zul je de soort zelden horen.

Luister: RoepXC431989

Opname: Joost van Bruggen — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Zandbruin tot grijsbeige met ronde, roomwitte vlekken over rug, flanken en borst, en een donkere vlek rond het oog die als een masker doorloopt tot achter de kop. De nek draagt een ruige, warrige kuif en de snavel is lang, smal en donkergrijs. Man en vrouw zien er hetzelfde uit; in vlucht valt op dat een spiegel ontbreekt, want de armpennen zijn effen crèmewit, en de staart is licht en wordt vaak iets opgericht gehouden.

Verwarrings­soorten

Op afstand lijken vrouwtjes zomertaling en wintertaling in gevlekt kleed op een marmereend, en ook een vrouwtje witoogeend wordt genoemd. Beslissend zijn drie dingen: de ronde, scherp begrensde crèmevlekken in plaats van geschubde of gestreepte veerranden, het donkere oogmasker op een verder bleke kop, en het volledig ontbreken van een spiegel. De marmereend zwemt bovendien hoog en licht, met opgerichte staart, en oogt langer en slanker in de snavel dan elke taling.

Leefgebied

Ondiepe, warme lagunes van brak of zoet water met een dichte gordel van riet, biezen en tamarisk, plus tijdelijke plassen en oude zoutwinningsbekkens die in de zomer half droogvallen. De vogel foerageert zeefend en met de kop onder water op minder dan een halve meter diepte en trekt zich overdag terug in de vegetatierand. Kroosrijke, ondiepe randen met veel ongewervelden bepalen waar de kuikens groot worden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Een soort van het westelijke Middellandse Zeegebied, Noord-Afrika en het Midden-Oosten, met in Europa alleen in Spanje een vaste broedpopulatie; de kern ligt in Alicante en Murcia en in de marismas van de Guadalquivir. De Spaanse aantallen zijn na jaren van achteruitgang opgelopen tot ruim honderdzeventig broedparen en de soort vestigt zich weer in nieuwe moerassen in Valencia, Murcia en Castilla-La Mancha. Ten noorden daarvan is het een uitgesproken dwaalgast, en in Groot-Brittannië staan alle gevallen in categorie D, buiten de eigenlijke lijst.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga in juli of augustus naar El Hondo bij Elche en neem de observatiehut aan de zuidelijke bekkens, of naar het Clot de Galvany en de Salinas de Santa Pola even verderop. Scan vroeg in de ochtend de rietrand en de ondiepe randzones, niet het open midden, en let op families met kuikens. Een tweede reis waard zijn de marismas van de Guadalquivir en de lagunes rond de Mar Menor.

Staat van instandhouding

Wereldwijd bijna bedreigd, op de Europese rode lijst kwetsbaar, en in het Spaanse Catálogo Español de Especies Amenazadas ingeschaald als in gevaar van uitsterven. Het Spaanse herstelprogramma, het project LIFE Cerceta Pardilla, combineert fok in gevangenschap en uitzettingen met het herstel van meer dan drieduizend hectare moeras; er zijn inmiddels meer dan veertienhonderd kuikens in het wild uitgevlogen. Het grootste knelpunt blijft water: lagunes die door onttrekking en droogte in het broedseizoen droogvallen, slechte waterkwaliteit door landbouwafvoer, en daarnaast loodhagel, stroperij en predatie.